BLOG

Daisy-luisterboek

De Leesjury pakt haar taak grondig aan. Ook met een leesbeperking kan je meedoen met de grootste Vlaamse leesclub voor jongeren. Alle boeken vanaf groep 2 worden ingesproken met een menselijke stem. Voor De boom met de bittere bladeren betekent dit: een Daisy-luisterboek.

Een Daisy-luisterboek is een bijzonder luisterboek, lees ik op de website van De Leesjury.[1] Met een Daisy-boek bepaal je zelf de voorleessnelheid en volg je op je eigen tempo mee in het gedrukte boek. Je kan ook door het luisterboek bladeren zoals bij een gewoon boek. Zo wordt het verhaal toegankelijk voor bijvoorbeeld slechtzienden of dyslectici.

Natuurlijk wil ik graag weten hoe dit Daisy-luisterboek van De boom met de bittere bladeren klinkt. Maar dat blijkt iets ingewikkelder dan ik dacht. De Leesjury werkt samen met de Belgische Luisterpuntbibliotheek, die het inlezen van Nederlandse auteurs heeft uitbesteed aan het Nederlandse Dedicon.

Dedicon op haar beurt heeft De boom met de bittere bladeren uitbesteed aan de Christelijke Bibliotheek voor Blinden (CBB). Zo ontvang ik tenslotte van het CBB een exemplaar van het Daisy-luisterboek, en kom ik zelfs in contact met de vrouw die mijn boek heeft ingesproken.

Heidi van der Zwaard-Post heet ze, en ze schrijft me meteen dat ze het boek met veel plezier heeft ingelezen. Al is de inhoud verre van plezierig te noemen, voegt ze daaraan toe. ‘Een waar genoegen’ vindt ze daarom passender. De zinnen lazen prettig voor, en het verhaal boeide van begin tot het eind.

Ik mag haar ook een paar vragen voorleggen. Heidi blijkt al zes jaar inlezer te zijn bij het CBB. In tegenstelling tot de stemacteurs van bijvoorbeeld Storytel, is dat een vrijwilligersfunctie. Heidi slaagde voor haar stemtest en volgde een training stemgebruik.[2] Daarna werd ze opgeleid door een medewerker in de blindenbieb. Ze leerde de technische aspecten van het inlezen, en zaken als ademhaling en het vermijden van mondgeluidjes.

Om in de sfeer van De boom met de bittere te komen, bladerde ze het boek door, zocht beeldmateriaal, las de blogs van de auteur, en volgde de serie van Waldemar Torenstra Ondersteboven van Afrika. Ook tikte ze af en toe een Rwandees woord in bij How to pronounce.[3] Voorafgaande aan elke nieuwe leesbeurt, las ze het ingeschatte aantal bladzijden thuis.

Daarna begon het inlezen. Nu ik het audioboek van begin tot eind heb beluisterd, kan ik het resultaat nog meer op waarde schatten. Het inlezen vereist tijd, aandacht en energie. Ons wordt gevraagd om de personages met onze eigen stem te vertolken, legt Heidi uit. Zo blijft er voor de luisteraar ruimte over om de personages te interpreteren.

Heidi heeft een prettige, warme stem. Hoewel de uitspraak van sommige Rwandese woorden lastig blijkt, kan ik aan haar stemgebruik horen hoe ze zich met het verhaal heeft verbonden. Bij iedere leesbeurt was ik voor mijn gevoel weer in Het Land van de Duizend Heuvels, schrijft ze.

Dankzij haar inspanning hebben nu ook mensen met een leesbeperking toegang tot dit verhaal. Niet alleen in België via De Leesjury, maar ook in Nederland via de collectie van Passend Lezen.[4]

[1] https://www.deleesjury.be/de-luisterboeken-van-de-leesjury

[2] Met onder meer: stem, stemgebruik, intonatie, interesses, kennis van talen, het vertolken van een tekst, kennis van diverse soorten teksten, het vertolken van deze teksten.

[3] https://www.howtopronounce.com/

[4] http://www.passendlezen.nl

Belgische nominaties

Hoewel ik hoopte dat er wegens haar koloniale verleden in België belangstelling zou zijn voor De boom met de bittere bladeren, kwamen de nominaties als een complete verrassing. Eerst De Leesjury, de grootste Vlaamse leesclub voor jongeren. Daarna de Kleine Cervantes, de jeugdliteratuurprijs van Gent.

Direct als ik me in De Leesjury verdiep, spreekt de opzet me aan. De jury bestaat uit kinderen tussen de 4 en 18 jaar, die zijn opgedeeld in zeven leeftijdsgroepen. Elke groep krijgt acht (jonge kinderen) of zes (oudere kinderen) boeken voorgelegd.

De juryleden lezen, bespreken en beoordelen deze boeken. Vaak komen ze samen in leesgroepen om over de boeken te praten. Aan het einde van het leesjaar bepalen ze hun winnaar en reiken ze hun prijzen uit.

De boom met de bittere bladeren is geselecteerd voor de categorie 12 tot 14 jaar. In dezelfde groep zijn nog vijf boeken genomineerd.[1] Als je op de website op zo’n boek klikt, kom je op de pagina waar de jonge lezers hun mening mogen geven.

Zo lees ik dat iemand mijn boek interessant vond omdat hij (of zij) zelf uit Rwanda komt en ‘de meeste woorden en dorpen begreep.’ Een ander heeft zich laten inspireren om het Afrika Museum te bezoeken, en een derde vond het boek niet zo leuk ‘omdat ik zelf rijk ben en niet naar anderen kijk.’  

Van opzet van de Kleine Cervantes ben ik ook gecharmeerd[2]. Deze prijs richt zich op de eerste twee lesjaren van de middelbare school in Gent. De leerlingen worden uitgenodigd hun mening te vormen over een shortlist van zes boeken. Om hun leesplezier te bevorderen, maar ook kritisch te leren debatteren over literatuur.

Dit jaar hebben zich 11 scholen aangemeld. Per deelnemende school vormen tien leerlingen een jury. Ze worden door een leerkracht gecoacht. Een school kan meerdere jurygroepen vormen, die op hun beurt andere leerlingen kunnen betrekken.

De jurygroepen geven hun persoonlijke oordeel in een schooldebat. Een delegatie brengt vervolgens het schoolverdict mee naar het slotdebat, waar de delegaties van alle scholen elkaar ontmoeten.

Door de manier waarop De Leesjury en De Kleine Cervantes zijn opgezet, heb ik het gevoel dat ik de prijs al heb gewonnen. De jongeren gaan gelijk met mijn boek aan de slag. Wat wil je als schrijver nog meer?

Maar de echte winnaars worden bekend gemaakt tijdens het slotdebat in Gent op 28 april, en tijdens het slotfeest van De Leesjury op 4 mei. Op beide ben ik uitgenodigd. Wat een feest!

Uitreiking Glazen Globe

Het is 8 oktober, de dag van de Glazen Globe. De prijsuitreiking voor het beste aardrijkskundige jeugdboek van de afgelopen twee jaar. Een feestelijke dag, want ik krijg hem uitgereikt voor De boom met de bittere bladeren.

Er hangt een dichte mist over Nederland wanneer ik in de trein stap. De wattendeken belemmert me het zicht. Toepasselijk, bedenkt de schrijver in mij. Ik heb geen flauw idee hoe het voelt om een prijs in ontvangst te nemen.

In Winterswijk is de lucht weer opgeklaard. Ik wandel naar de middelbare school Schaersvoorde, de plek die het KNAG[1] heeft uitverkoren. Een jurylid van de Glazen Globe geeft hier aardrijkskunde en Nederlands.

Op de school is het druk. Binnen enkele minuten maak ik kennis met twee juryleden van de Glazen Globe[2], het locatiehoofd van Schaersvoorde, de voorzitter van het KNAG, een journalist van Achterhoek Nieuws en de afgevaardigde wethouder van Winterswijk.

Terwijl ik probeer al deze mensen te plaatsen, zet ik de spullen voor mijn presentatie klaar. In de ruimte naast de hal staan tachtig stoelen opgesteld, netjes gescheiden door een middenlijn. Mijn PowerPoint prijkt al op het digibord.

Dan druppelen de kinderen binnen. Ze zitten in klas 1 en 2 van het vmbo, havo en vwo, en hebben afgelopen week via hun docent aardrijkskunde kennis gemaakt met De boom met de bittere bladeren. Ze weten waar het verhaal over gaat, en hebben er stukjes uit voorgelezen.

Nadat ik de Glazen Globe plechtig in ontvangst heb genomen (hij is werkelijk prachtig!) stort ik me op mijn korte activiteit. Aan de hand van mijn foto’s op het digibord neem ik de kinderen mee op een flitsbezoek aan Afrika. Hoe ben ik in Rwanda terecht gekomen? Wat inspireerde mij om dit verhaal te schrijven?

Daarna nodig ik ze uit voor De boom met de bittere bladeren battle. De groepen links en rechts van de middenlijn nemen het tegen elkaar op. Bij het deel over Rwandese cultuur zijn ze nog redelijk rustig, maar bij de Spotify Playlist gaan ze goed los.

Zoveel enthousiasme maakt me blij. Dat de kinderen ook goed hebben geluisterd, blijkt uit hun vragen. Waarom wilde ik over Afrika schrijven? Hoe lang deed ik over dit boek? Waarom wilden ze de Tutsi’s vermoorden? Waarom willen Rwandezen liever niet over de genocide praten? Heb ik het boek al aan mijn Rwandese vrienden gegeven?

Een jongen vindt het zo sneu dat ik na vijf bezoeken aan Rwanda nog nooit de berggorilla’s heb gezien,[3] dat hij ter plekke een oplossing bedenkt. ‘Kunnen je Rwandese vrienden je daar dan niet naartoe brengen?’

De tijd is op, maar de vragen nog niet. Tevreden sluit ik af. ‘Jij kan verhalen vertellen,’ merkt de voorzitter van het KNAG op wanneer de kinderen zijn vertrokken. ‘Je hebt echt iets in ze losgemaakt.’

Nogmaals bekijk ik de globe. In het voetstuk staat een tekst gegraveerd. De boom met de bittere bladeren door Ruth Erica, winnaar Glazen Globe 2021 voor het beste aardrijkskundige jeugdboek. Wat bijzonder, deze prijs bestaat al sinds 1986.

Ineens schiet me te binnen waarom ze destijds voor glas moeten hebben gekozen. In een glazen bol kan je de toekomst zien! Met een vleugje verbeeldingskracht dan wel, maar daaraan hebben de meeste schrijvers gelukkig geen gebrek.


[1] Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. De uitreiker van de Glazen Globe.

[2] De jury bestaat uit vijf leden.

[3] Een permit kost 1500 USD. Een enorm bedrag voor de Rwandezen waar ik op bezoek was, en tevens boven mijn eigen budget.

En de winnaar is…

‘Heb je je email al gelezen?’ De stem van de promotiemedewerker van Lemniscaat klinkt opgewonden. ‘Welke email?’ vraag ik. ‘Die van drie minuten geleden,’ dringt ze aan.  Als ik ontkennend antwoord, kan ze zich niet langer inhouden. ‘Je hebt de Glazen Globe gewonnen!’

Het duurt even voordat het indaalt. De Glazen Globe, dat is de prijs voor het beste aardrijkskundige jeugd- of kinderboek. Verhalen waarin thema’s zoals migratie, culturen, arm en rijk, reizen en natuurverschijnselen aan de orde komen. En nu heeft De boom met de bittere bladeren hem dus gewonnen…

Als ik wil gaan juichen, volgt er rap een instructie. ‘Nog aan niemand vertellen, hoor! Je krijgt de prijs tijdens de Kinderboekenweek.’ Ik beloof mijn medewerking aan dit promotiecomplot en hang beduusd op. Nu ben ik een prijswinnaar in het diepste geheim.

Snel open ik mijn mail. De Glazen Globe wordt eens per twee jaar uitgereikt door het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG), lees ik op hun website.[1] De jury bestaat uit vertegenwoordigers vanuit het onderwijs en boekenexperts. Hun toetsingscriteria zijn:

  • toegankelijkheid van de geografische informatie voor bepaalde leeftijdsgroepen
  • ordening van informatie en waarheidsgehalte
  • hoeveelheid geografische informatie
  • verheldering door middel van kaartmateriaal en illustraties
  • presentatie van het thema als samenhangend geheel
  • gebruik van begrijpelijk taalgebruik en verklaring van vreemde woorden
  • manier waarop het boek bijdraagt aan het tot stand komen van een eigen mening
  • aantrekkelijkheid van het boek

Dat is niet mis. Toch kan ik me nog geen helder beeld vormen van de Glazen Globe. De lijst met recente winnaars biedt uitkomst. Ik herken De duik van Sjoerd Kuyper (2015) over de Pontjesbrug op Curaçao die je naar het verleden brengt, NEDERLAND van Charlotte Dematons (2013) een uitbundig prentenboek over onze provincies en De Gelukvinder van Edward van der Vendel (2009) over de Afghaanse vluchteling Hamayun. De afgelopen winnaar was Palmen op de Noordpool van Marc ter Horst (2019), een feitelijk maar ook met humor geschreven boek over klimaatverandering.

Ik prijs me gelukkig dat De boom met de bittere bladeren aan deze bijzondere rij wordt toegevoegd. Vanmiddag is de uitreiking op een middelbare school in Winterswijk[2]. Een eindje reizen vanuit de Randstad, maar dat past eigenlijk wel bij een aardrijkskundige prijs.


[1] https://geografie.nl/glazenglobe

[2] Over deze prijsuitreiking meer in de volgende blog.

Afro-bieb

Dat onze collectie boeken over Afrika beperkt is, was me ook al opgevallen. Sterker nog: het was een belangrijke drijfveer om De boom met de bittere bladeren te schrijven. Toen ik van de Afro-bieb hoorde, was ik dan ook blij verrast. Enthousiast gaf ik gehoor aan de oproep om een boek te doneren.

Initiatiefnemer van de Afro-bieb is Kibret Mekonnen. De Nederlands-Ethiopische filmmaker zocht de samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Dat resulteerde in een feestelijke opening op 10 september 2020 in OBA Oostendok. Deze maand opende de Afro-bieb haar tweede locatie in OBA Bijlmer.

OBA Oostendok ligt op mijn route. In het hoge flatgebouw aan het IJ ben ik al eerder geweest. Nieuwsgierig neem ik de lift naar de vijfde etage. Het is even zoeken, maar dan zie ik de Afro-bieb tegen de rechterwand. Kasten met boeken, grote banners en een plakkaat op het raam.

De boekencollectie richt zich op vijf categorieën, vertelt Kibret Mekonnen wanneer hij zich even later bij me voegt. Cultuur, geschiedenis, literatuur, fotoboeken en kinderboeken. Ze zijn geschreven in de taal van een van de Afrikaanse landen, Nederlands en Engels.

Maar deze collectie is niet de enige pijler waar de Afro-bieb op rust. Op de banner wijst Kibret naar de drie andere pijlers. Culturele publieksprogramma’s zoals lezingen en debatten, lessen in veel gesproken Afrikaanse talen (Oromo, Amhaars, Swahili, Yoruba en Zulu) en vertalingen in het Nederlands.

Een ambitieus programma, maar het braakliggende terrein is dan ook groot. Volgens Kibret is dit ‘de eerste Afrikaanse bibliotheek buiten het continent.’ Belangrijk, vindt hij, want als je Afrika wilt leren kennen, moet je eerst een boek over Afrika hebben gelezen.

Afrika kent niet zo’n schrijfcultuur. Ten minste, dat was de indruk die ik kreeg tijdens mijn bezoeken aan west, centraal en oost Afrika. Maar het vierde doel van de Afro-bieb zet me aan het denken: het vertalen van minstens één Afrikaans literair werk per jaar in het Nederlands.

Misschien zijn er wel Afrikaanse literaire werken, maar zijn ze voor ons niet toegankelijk. Afrika is per slot het continent met de grootste diversiteit aan talen. En als er een inheems schrift is gebruikt, is er ook nog de kloof met het Romeinse schrift dat wij hanteren.

Afrikaanse schrijfsystemen genoeg, ontdek ik surfend op internet.[1] Het Ge’ez schrift uit de Hoorn van Afrika bijvoorbeeld, stamt al uit de 8e en 9e eeuw voor Christus. Dat is nog voor het ontstaan van het Romeinse schrift.[2]

Tegenwoordig wordt het Ge’ez vooral in Ethiopië en Eritrea gebruikt.  Misschien verklaart dat wel waarom juist iemand met Ethiopische roots met het idee van een Afro-bieb is gekomen.


[1] https://stringfixer.com/nl/Writing_systems_of_Africa

[2] http://hc-vormgeving.nl/kunstgeschiedenis/roman_schrift.php

De kracht van de verbeelding

Afgelopen zaterdag was ik bij de uitreiking van de Thea Beckmanprijs. De prijs voor het best geschreven verhaal met een historische insteek. Dit jaar stond De boom met de bittere bladeren op de longlist.[1] Jammer genoeg niet op de shortlist, maar de ontknoping had me evengoed in zijn greep.

Die ochtend wandel ik iets voor tienen door het stille Archeon. Bordjes wijzen me de weg naar de Romeinse herberg. Het is een doorsteekroute. Normaal moet je de hele prehistorie door voordat je bij de Romeinen uitkomt.

Voor de herberg zitten al wat mensen aan tafeltjes. Ik schuif aan bij een lid van de jonge jury. Wie de jonge Beckmanprijs[2] heeft gewonnen weet hij al drie weken. ‘Hij laat niets los,’ verzucht zijn moeder. De jongen vindt het geheim bewaren zelfs helemaal niet moeilijk.

In de herberg krijgen we een introductie op de shortlist. De boeken gaan over een Jappenkamp op Java (1945), een Joods gezin in de Tweede Wereldoorlog, een vergeten watersnoodramp in Zeeland (1911), een meisje in het leger van Napoleon (rond 1810) en een vlucht door het Nederland van 4000 jaar geleden.

Historische zeggingskracht is belangrijk, leer ik, maar verbeeldingskracht mág. Sterker nog, het is essentieel. Een voorbeeld. Een jongetje denkt dat de schaduw van een paraplu tegen de regen beschermt. Die verbeelding moet je koesteren.

Zelf ben ik nogal onder de indruk van de jonge jury. Na een supergeheime vergadering hebben ze voor elk boek een juryrapport opgesteld. Om de beurt mag een kind zo’n rapport voorlezen. Die zijn rijk, genuanceerd, onderhoudend en scherpzinnig. Wat kunnen deze tieners zich goed uitdrukken!

Wie wint, zal ik je zo vertellen (ook ik kan een geheim bewaren). Eerst iets over mijn wandeling door Archeon. Na de prijsuitreiking neem ik wél de lange route door de prehistorie. Ik bezoek de jagers-verzamelaars, eerste boeren, bronstijd en ijzertijd.

Ineens vraag ik me af waarmee de pre-historie (voor-geschiedenis) in Nederland eindigde. Met andere woorden: wanneer begint onze ‘echte’ geschiedenis? De medewerkers van Archeon hebben het paraat: met de komst van het schrift.

Wat een macht geven wij het geschreven woord! Alsof de geschiedenis pas bestaat als hij wordt opgeschreven. Voor schrijvers van historische romans wel een belangrijk hulpmiddel, bedenk ik. Vier schrijvers op de shortlist konden gebruik maken van geschreven bronnen.

Alleen Offerkind van Rob Ruggenberg kon dat niet. Dit verhaal speelt 4000 jaar geleden.[3] Een reconstructie van die tijd kan alleen plaatsvinden aan de hand van objecten en botten. Een extra uitdaging, lijkt me. Of een extra beroep op de verbeeldingskracht.

En daarmee zijn we bij de winnaar van de Thea Beckmanprijs gekomen. Want in zijn rapport van de volwassen jury staat: een met vaart en duidelijk veel plezier geschreven schelmenroman over de avonturen van een jonge vrouw in het leger van Napoleon. Is dat historisch geloofwaardig? Dat kan de jury niet met zekerheid zeggen, wél dat Stans ons helemaal inpakte.

Dat gold ook voor de jonge jury, want IJzerkop wint beide prijzen[4]. Een kroon op de verbeeldingskracht van Jean-Claude van Rijckeghem, die blij is dat hij zoveel lezers met zijn verhaal heeft weten te bekoren.


[1] Dit jaar kwamen boeken voor 12 jaar en ouder in aanmerking.

[2] Er zijn twee prijzen: een van de jonge jury en een van de volwassen jury.

[3] Eigenlijk is het dus een prehistorische roman.

[4] Daarnaast krijgt Offerkind een eervolle vermelding van de Jonge Jury.

Tweede druk

Elf maanden na haar verschijning is ze er: de tweede druk van De boom met de bittere bladeren. Er zijn zoveel exemplaren van de eerste druk verkocht, dat Lemniscaat groen licht heeft gegeven voor een tweede editie.

Maridadi’s verhaal gaat dus door, niet alleen in Nederland maar ook in België. Zo kunnen Vlaamse jongeren vanaf september het boek bij De Leesjury bespreken en beoordelen. De boom met de bittere bladeren is daar geselecteerd voor de leeftijdsgroep 12-14 jaar.[1]

Het boek is vers van de pers, de drukinkt is nog maar net droog. Het ruikt zelfs nieuw, merk ik als ik erdoorheen blader. Met enige trots kijk ik naar het schutblad: tweede druk, 2021. En ook deze editie is opgedragen aan Aimée, op de vriendschap die ons overstijgt.


[1] https://www.deleesjury.be/lezen?groep=5

De cirkel is rond

Stel je voor: je zit in 3 vwo. Je doet eindexamen, gaat studeren, vindt een baan, reist naar verre landen, laat je inspireren, schrijft een roman voor Young Adult. En met dat boek ga je terug naar je oude middelbare school…

Met dit verhaal opende ik mijn presentatie voor 3 vwo op het Isendoorn College in Warnsveld. Want dat is precies wat er met mij is gebeurd. Ongeveer dertig jaar geleden zat ik op deze school in deze klas. En ik had geen idee wat ik wilde worden.

‘Als er iemand een dromer was, dan was jij het wel,’ zei mijn oude docent geschiedenis die nog steeds bevlogen op het Isendoorn lesgeeft. Hij was degene die hier De boom met de bittere bladeren introduceerde, waarna de bal is gaan rollen.

Twee klassensets heeft de school aangeschaft. De zestig exemplaren bevinden zich in een modern ingerichte mediatheek. ‘O, ben jij die van het boek!’ roept de medewerkster als ik daar een kijkje ga nemen. De boeken zijn keurig geplastificeerd en hebben een barcode.

De 3 vwo-leerlingen hebben De boom met de bittere bladeren al voor het vak Nederlands gelezen. Bovendien hebben ze een opdracht uit de lessuggesties van Lemniscaat gemaakt.[1] Goed voorbereid, zou je zeggen, maar de kloof tussen Nederland en Afrika blijft groot.

‘De meeste mensen in Afrika hebben geen wasmachines’ hoor ik mezelf zeggen, ‘en ook geen afwasmachines.’ Ik wijs op het digibord naar de foto van een stenen rand. Op die plek achter het huis zitten mensen vaak tijdens de (af)was.

De klas luistert aandachtig. Ik vertel over koningskoeien die zoveel waard zijn als een auto. Over waarom ik in Rwanda nooit de berggorilla’s heb bezocht en pas tijdens mijn laatste bezoek de genocide herdenkingsplaatsen. De beelden en verhalen zijn niet willekeurig. Ze vormden de inspiratiebron voor mijn roman.

Mijn Spotify wedstrijd blijkt een lekker toetje. De leerlingen zien vlot hoe de nummers verwijzen naar het verhaal, en ze raden ze (na één keer luisteren) bijna allemaal goed. Drie-twee,’ zegt de docent Nederlands die de stand tussen de groepen heeft bijgehouden. Ik grijns tevreden. ‘Een applausje voor jullie zelf.’

Mijn eerste presentatie voor Nederlands zit erop. Hopelijk volgen er na de zomer meer scholen. Misschien gaat het Isendoorn College het boek dan ook inzetten bij aardrijkskunde, geschiedenis en wereldburgerschap. Maar eerst is het vakantie. Voor de leerlingen én voor mij.

Na een lange reis ben ik teruggekomen waar ik begon. De cirkel is rond.


[1] https://www.lemniscaat.nl/files/ls9789047711995.pdf

Summer of Love

‘Gisenyi is weer in lockdown,’ vertelde Aimée pas aan de telefoon. De Congolezen die na de uitbarsting van de Nyiragongo de Rwandese grens over waren gevlucht, hebben het coronavirus meegenomen. Vandaag gaat zelfs heel Rwanda op slot. De corona rukt op.

Rwanda handhaaft strenge coronamaatregelen en de besmettingscijfers waren tot nu toe laag. Het tegenovergestelde is het geval met hun reusachtige buurland Congo. Mede door corona wordt de Democratische Republiek Congo door Nederland gezien als een hoog risicogebied.[1] Het reisadvies voor Goma is momenteel: niet reizen.

Misschien heerst in Goma nog steeds Artikel 15. Dat artikel wordt genoemd in De boom met de bittere bladeren. Wanneer Maridadi een uitstapje maakt naar Goma, vertelt ze over dit grapje van oud-president Mobutu. ‘In Artikel 15 van de grondwet staat: red jezelf,’ en ze verduidelijkt: ‘het betekent dat de overheid niks voor je doet.’ (p. 34)

Rwanda kent geen Artikel 15. Bij overtreding van de mondkapjesplicht mag je in Gisenyi een halve dag je zonde overdenken in het voetbalstadion. Maar een land kan intern alles nog zo strak onder controle hebben, er hoeft maar één vulkaan in het buurland uit te barsten en daar ga je.

Dat geldt ook voor westerse landen. Wij hebben wél de middelen om de meerderheid van onze bevolking te vaccineren, waardoor onze besmettingscijfers flink teruglopen.[2] Veel niet-westerse landen hebben die luxe niet.

Daarom is giro 555 een hulpactie gestart. ‘Miljoenen mensen in armere landen hebben geen zicht op vaccinaties tegen corona. Medische noodhulp en sneller wereldwijd vaccineren is van levensbelang. Geef nu![3]‘ lees ik op hun website.

Helaas valt de opbrengst tegen. Misschien vinden we het een ver-van-mijn-bedshow, hebben we genoeg zorgen als gevolg van de corona hier, of willen we genieten van een welverdiende Summer of Love.

Of misschien overzien we de gevolgen niet als het coronavirus elders voortwoekert. Wie dat wel doet, is president Biden. Zolang niet de hele wereld is gevaccineerd, blijft de corona in de Verenigde Staten terugkomen, zo redeneert hij. De komende twee jaar zal hij daarom 500 miljoen doses van het Pfizer-vaccin verstrekken aan ongeveer honderd landen.[4]

Als we echt een Summer of Love krijgen, laten we die dan delen, al is het maar voor onszelf. We zijn nog nooit zo sterk met elkaar verbonden geweest.


[1] https://www.nederlandwereldwijd.nl/landen/congo-democratische-republiek/reizen/reisadvies

[2] Als er geen nieuwe varianten opduiken.

[3] https://giro555.nl/actions/corona/

[4] https://www.bbc.com/news/world-us-canada-57416519

Wat zit er in een wereldburger?

Een inkijkje in een andere cultuur, dat wilde ik met De boom met de bittere bladeren geven. Niet voor niets had ik gekozen voor een Rwandese hoofdpersoon. In mijn zoektocht naar de verbinding daarvan met scholen, stuitte ik op ‘wereldburgerschap.’ Een prachtig woord, maar wat zit er eigenlijk in een wereldburger?

Om wereldburgerschap te kunnen plaatsen, moet je eerst iets weten over burgerschap. Sinds 2006 is burgerschap een wettelijke taak in het onderwijs. Het doel daarvan is het ontwikkelen van leerlingen tot democratische burgers. Alleen over de ingrediënten van een democratische burger verschillen de meningen.

Een felle discussie heeft geleid tot verandering: de invulling van burgerschap is aangepast. Na de zomervakantie gaat deze van kracht. De nieuwe democratische burger heeft in totaal elf ingrediënten zoals vrijheid & gelijkheid, digitaal samenleven en duurzaamheid.

Een rijk gevulde burger, dat zeker. Maar kan je er nog wel een hap uit nemen? Het risico dat je je kaak ontwricht of je verslikt, is niet denkbeeldig. En als deze burger al zoveel laagjes heeft, hoe zit het dan met de wereldburger? Want wereldburgerschap gaat nog een stap verder.

‘Met wereldburgerschap help je kinderen om te beseffen dat ze verbonden zijn met de rest van de wereld en dat ze er een actieve rol in kunnen spelen,’ schrijft Nuffic[1]. Als Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs, is zij hierin een belangrijke speler.

Ook Fawaka ondernemersschool richt zich op wereldburgerschap. Zij benadrukt de expliciete aandacht voor inclusie, uitsluiting en wereldperspectieven. Belangrijk als aanvulling, vindt ze, want het onderwijs kent op dit moment een sterke focus op Westerse perspectieven en referentiekaders.

Bij Fawaka heeft een wereldburger tien ingrediënten[2] zoals diversiteit & inclusie, ongelijkheid & solidariteit en mensenrechten. Ook niet gering. Hoe kunnen jongeren deze allemaal zonder kaak- of slikproblemen innemen?

Het antwoord is eenvoudig: lees een boek dat je een inkijkje geeft in een andere cultuur. De boom met de bittere bladeren bijvoorbeeld, raakt aan maar liefst acht van de tien ingrediënten uit de Fawaka wereldburger[3]. Een verrassend hoge score.

Hoewel, verrassend… Verhalen hebben de kracht om meerdere lagen tegelijk aan te boren. Zo wordt een wereldburger ineens heel goed verteerbaar.


[1] https://www.nuffic.nl/onderwerpen/wereldburgerschap/wereldburgerschap-op-school

[2] https://www.fawakaondernemersschool.nl/nieuws/van-burgerschap-naar-wereldburgerschap-in-het-onderwijs/

[3] En acht van de elf ingrediënten uit de democratische burger.

Vulkaanuitbarsting

‘We zijn bang dat de Nyiragongo gaat uitbarsten’ appt Aimée zaterdagavond. En niet veel later. ‘Hij is uitgebarsten! Wij zullen niet slapen. Op dit moment vloeit de lava alleen in Congo, maar we weten niet of dit zo blijft.’

De Nyiragongo is een van de gevaarlijkste en meest actieve vulkanen ter wereld. Hij ligt vlakbij de grote, dichtbevolkte stad Goma. Aan de andere kant van de grens in Rwanda ligt het stadje Gisenyi. En daar is Aimée.

De laatste keer dat deze vulkaan uitbarstte, was in 2002. Terwijl Aimée een doorwaakte nacht heeft, bedenk ik dat dit terugkomt in De boom met de bittere bladeren. Ik pak het boek erbij en lees over Maridadi’s bezoek aan Goma:

Terwijl we de onverharde weg opreden begon de landrover te schudden. Lavastenen. Ze lagen overal, op de weg, in de berm, tussen de huizen.

‘Wat zijn dat voor stenen?’ vroeg Puck.

Ik wilde haar antwoorden, maar Jacques was me voor. ‘Dat, mijn beste Paulien is de lava van onze vulkaan de Nyiragongo. Hij is 3470 meter hoog en ligt volledig in het nationaal park Virunga. Zes jaar geleden is hij voor het laatst uitgebarsten. Kun je je voorstellen hoe ongelofelijk spectaculair dat was?’

Spectaculair? Ik zag voor me hoe de gloeiende lavastromen Goma hadden overspoeld. De gigantische rookwolken, de zinderende hitte, de stroom vluchtelingen die in paniek onze kant op kwam. Zo heet als de hel moest het daar zijn geweest.[1]

Maridadi had gelijk: dit was bepaald geen vuurwerkshow. Destijds verloren 250 Congolezen hun leven en 120.000 hun huis. Ook nu slaan veel Congolezen in paniek op de vlucht. De meeste lopen in de richting van de Rwandese grens.

Op zondagmorgen appt Aimée dat er Congolese vluchtelingen in Gisenyi zijn aangekomen. Ze zijn opgevangen in het voetbalstadion, schrijft ze. In een persbericht[2] lees ik dat het om ongeveer 3500 mensen gaat.

En Aimée meldt nog iets anders: aardbevingen. Wanneer ik zondagmiddag met haar videobel, kan ik het live zien gebeuren. ‘Daar heb je er weer één!’ roept ze angstig. Een huis verderop is ingestort en er is brand ontstaan.

Binnen slapen durft Aimée niet meer. ‘Wij hebben onze matrassen buiten gelegd,’ appt ze die avond. Een vuile lucht waait hun kant uit. Het ruikt naar de verbrande botten van koeien en geiten.

Gelukkig heeft de gloeiende lava Gisenyi niet bereikt. En ook het dichtbevolkte Goma is gespaard gebleven. Wel zijn een aantal dorpen en buitenwijken van Goma getroffen.

De lavastromen zijn gestopt, maar de aardbevingen nog niet. Het is inderdaad gevaarlijk leven op de rand van deze vulkaan.


[1] Pagina 37.

[2] https://www.reuters.com/business/environment/volcano-eastern-congo-erupts-lava-expected-goma-says-volcanologist-2021-05-22/

Vrijheid is een werkwoord

Bevrijdingsdag: de vlag mag uit!  Vandaag zijn we 76 jaar vrij. Maar wat betekent vrijheid eigenlijk? Dat vult iedereen op zijn eigen manier in, leer ik van Daan Rovers, Denker des Vaderlands.

Vrijheid is: ‘jezelf kunnen zijn,’ ‘je eigen keuzes kunnen maken,’ en ‘vrij om te doen en te zeggen wat je wilt’. En voor de bijna-pubers van Rovers betekent het: ‘met rust gelaten worden.[1]

Maar hoe we het ook inkleuren, twee dingen gelden volgens Rovers voor ons allemaal in Nederland. Vrijheid is niet onbegrensd (het mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van anderen), en aan vrijheid moet je blijven werken.

Waarom juist deze twee voorwaarden belangrijk zijn, merk je pas als ze in het gedrang komen. Een goed voorbeeld daarvan vindt je in de roman De boom met de bittere bladeren van uitgeverij Lemniscaat. Dit verhaal speelt in Rwanda veertien jaar na de genocide (1994).

De roman beschrijft de aanloop naar deze genocide. De krant en radio zaaiden haat tegen de Tutsi’s. Op pagina 106 staat: “In het café luisterden we naar de Radio van de Duizend Heuvels. Ze zonden steeds hetzelfde deuntje uit. Kom vrienden, doe mee met het feest: de kakkerlakken worden uitgeroeid.

Wat mij hierin het meeste raakt, is dat woord ‘kakkerlak.’ Door iemand zo te noemen, zie je hem niet meer als mens. Hij verandert hij in een doelwit dat vertrapt en vernietigt moet worden.

In dit voorbeeld worden beide basisvoorwaarden van Rovers geschonden. Want de vrijheid van de Hutu’s gaat ten koste van de vrijheid van de Tutsi’s, en er wordt geen actie ondernomen om dit recht te zetten.[2]

De kracht van haatmedia mag je niet onderschatten. In het uiterste geval draagt het bij aan een genocide. In Rwanda zijn in 1994 binnen honderd dagen ongeveer één miljoen mensen vermoord. Tutsi’s, maar ook veel gematigde Hutu’s die het niet eens waren met wat er gebeurde.

Maar haatmedia vind je niet alleen in het Rwanda van de vorige eeuw. Ook bij ons worden op social media tegenwoordig veel haatberichten gepost. Vaak op de persoon gericht, maar soms ook op een specifieke groep. Romans als De boom met de bittere bladeren houden ons een spiegel voor. Pas op: dit kan afschuwelijke gevolgen hebben!

Vrijheid is daarom vooral een werkwoord. De vrijheid die we vandaag vieren, moeten we elke dag opnieuw beschermen.

Wil je meewerken aan de vrijheid? Kies dan een vraag of stelling op https://rutherica.com/voor-scholen/ en ga aan de slag!

[1] https://www.4en5mei.nl/archieven/inspiratie/2065

[2] Dus aan het behoud van vrijheid wordt niet meer gewerkt.

Hoe vrij zijn we in 2021?

Als je Nederlanders vraagt wat ze hun belangrijkste waarde vinden, noemen ze het woord ‘vrijheid’ het vaakst. Aldus Daan Rovers, Denker des Vaderlands[1]. Dit jaar onderzoekt ze voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei het fundament van onze vrijheid[2].

speltje 4 en 5 mei

Het thema dit jaar is: Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021? Vragen die in eerste instantie alleen over Nederland lijken te gaan. Maar Nederland is geen eiland, blijkt ook uit de coronacrisis. De vrijheid die wij hier ervaren, staat niet los van de (on)vrijheid buiten onze grenzen.

Neem Rwanda veertien jaar na de genocide. De setting van De boom met de bittere bladeren. Wat betekent vrijheid in dit verhaal? Over de oorlog wordt soms gefluisterd als De Gebeurtenissen, maar vaker nog wordt erover gezwegen. ‘Vráág daar niet naar,’ zegt het personage Rosa (p. 53), ‘je moet het verleden laten rusten.’

Er zijn taboes, dingen die je niet hardop mag zeggen. En de groepen die elkaar naar het leven stonden, zijn na de genocide afgeschaft. Als je die namen hardop uitspreekt, riskeer je een gevangenisstraf. De hoofdpersoon Maridadi stuit regelmatig op dit soort gevoeligheden. Zeker als ze wil weten wat er tijdens de genocide met haar moeder is gebeurd.

Memorial Nyanza kicukiro

‘Bij alle genocides hoort verhullend taalgebruik,’ schrijft historicus Raymund Schütz in zijn recensie over De boom met de bittere bladeren[3]. ‘De deportaties van Joden naar de vernietigingskampen geschiedde onder het mom van ‘tewerkstelling’. De Rwandese genocide wordt in de volksmond verhullend betiteld als De Gebeurtenissen.’  

Schütz was de eerste die in deze roman de parallel zag met vergelijkbare traumatische gebeurtenissen in andere tijden en op andere plaatsen, maar zeker niet de laatste. Meerdere lezers die de in Nederland zijn opgegroeid na de Tweede Wereldoorlog, herkenden elementen uit het verhaal van Maridadi. Zwijgen en verhullen gebeurden destijds ook hier.

Wat dat betreft houdt De boom met de bittere bladeren ons een spiegel voor. Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021? Het verhaal bevat haakjes om hierover in gesprek te gaan. Met deze haakjes heb ik een serie vragen en stellingen gemaakt.

Kies jij er een op http://www.rutherica.com/voor-scholen en doe je mee?

[1] Naar aanleiding van een recente studie van het Sociaal Cultureel Planbureau, 2020.

[2] https://www.4en5mei.nl/archieven/inspiratie/2065

[3] https://historiek.net/de-boom-met-de-bittere-bladeren-ruth-erica/136960/

Roman vanuit Afrikaans perspectief

Hoe inclusief is de Nederlandse jeugdliteratuur en hoe kunnen we vanuit verschillende invalshoeken bijdragen aan diversiteit? Die vragen stonden centraal in het webinar “inclusiviteit in jeugdliteratuur” van Stichting Lezen.

Geboeid keek ik eind vorig jaar naar dit webinar[1]. De hoofdpersoon van De boom met de bittere bladeren is tenslotte een personage van kleur. Sterker nog: alle personages zijn zwart, behalve de witte studente Puck.

Dat gegeven maakt het verhaal een verrijking van de jeugdliteratuur. Dat wil zeggen: als er geen stereotypering in het boek voorkomt. En daar zit precies de uitdaging. Zeker als je – zoals ik – een witte schrijver bent en je kiest voor personages van kleur.

Op 27 januari werd ik hierover bevraagd in het online seminar van SCBWI “Two paths to publishing.[2]” De moderator formuleerde haar vraag heel zorgvuldig:

In de kinderliteratuur wordt veel gesproken over “own voices”, of misschien kan je dit beter omschrijven als “levende ervaring.” Ruth, jij hebt geschreven vanuit het perspectief van een Rwandese tiener. Wat in jouw ervaring maakte jou de juiste persoon om dit boek te schrijven?

Ik kon vier belangrijke dingen opnoemen die me hebben geholpen. Mijn achtergrond als cultureel antropoloog, mijn bezoeken aan Rwanda, mijn decennialange vriendschap met de mensen daar en tenslotte mijn bereidheid om mijn visie (en het manuscript) eindeloos aan te passen.

Op mijn toelichting bij dit schrijftraject, volgde een lichte verbijstering. Lang verhaal kort. Rwanda bezoeken, grondig onderzoek doen, manuscript voorleggen aan experts en cultural readers. Weer Rwanda bezoeken, alles ondersteboven halen. Aanpassen, aanpassen, aanpassen.

Hoe vaak ik het manuscript heb aangepast, kan ik niet zeggen. Maar terugkijkend kan ik drie fases onderscheiden. Op eigen kracht, aan de hand van een vragenlijst[3] van Lemniscaat, en onder begeleiding van hun redactie. Het hele traject van verhaalidee tot boek duurde ongeveer vijf jaar.

Een lange weg, maar wel razend interessant. Zo interessant, dat ik mijn ervaring hierover graag wil delen. Welke obstakels kwam ik tegen? Wat heb ik gedaan om ze te overwinnen?

Dit onderwerp is te omvangrijk voor een blog. Daarom heb ik het gevat in de presentatie: Roman vanuit Afrikaans perspectief. Nieuwsgierig geworden? Stuur dan een mail[4] of boek een (online) bezoek via de Schrijverscentrale[5].

[1] https://youtu.be/9kbb0EtSrHg
[2] Zowel Hollis Kurman als ik hebben recentelijk een boek gepubliceerd. Onze weg naar publicatie stond centraal op dit online event van SCBWI.
[3] Over de Rwandese cultuur, geschiedenis en de belevingswereld van Rwandese tieners.
[4] ruthericaschrijft@gmail.com
[5] https://deschrijverscentrale.nl/auteurs/1519528

De levende doden

Tot vier generaties terug kan Aimée haar Rwandese voorvaders opsommen. Haar vader, grootvader, overgrootvader en betovergrootvader. Dat maakte me nieuwsgierig naar mijn eigen voorouders. Wat weet ik eigenlijk van hen?

Net als in Rwanda, lijkt afstamming bij ons te gaan via de lijn van de vader. Zo krijgen onze kinderen traditioneel hun vaders achternaam. Niet zelden is deze achternaam een verbastering van ‘zoon van…’ Jans-zoon, Pieters-zoon, Klaas-zoon. En onze taal geeft nog een hint: we hebben wel een ‘voorvader’ maar geen ‘voormoeder.’

In tegenstelling tot Aimée, kan ik alleen de namen noemen van mijn voorouders die ik bij leven heb gekend. Dat zijn er niet veel. Zelf de naam van mijn oma die overleed toen ik drie was, moet ik navragen. Het is alsof er een onzichtbare grens bestaat tussen de levenden en de doden.

Dat is in Afrika anders. ‘Volgens mij bestaat een Afrikaanse gemeenschap naast de levenden ook uit de levende doden,’ zegt een collega schrijfster over de voorouders in Mozambique.[1] En over de Rwandese voorouders zegt Aimée: ‘De doden hebben het leven aan de levenden gegeven. Daarom interesseren wij ons voor de doden.’

Die onzichtbare grens voel ik waarschijnlijk niet alleen. Veel mensen in mijn omgeving zijn slechts vertrouwd met hun levende voorouders. Uitzonderingen daarop zijn mensen die hun stamboom uitpluizen, of mensen die in een televisieprogramma kennismaken met hun voorouders.

Wat een stamboom betreft kon ik profiteren van een fanatieke oom. De genealogie die hij maakte van mijn vaders familie gaat terug tot 1711. Daarmee versloeg ik prompt Aimée: tot zo diep in het verleden kon zij haar voorouders niet traceren.

Voor zo’n televisieprogramma over je voorouders ben ik helaas (nog) niet gevraagd, maar ernaar kijken fascineert me wel. Soms raakt iemand bij een verre voorouder ineens ontroerd. Hij lijkt te voelen: dit gaat over mij. Dan verdampt die onzichtbare grens tussen de levenden en de doden.

Stel dat we ons – net als in Afrika – bewust worden van onze voorouders. Wordt de Tweede Wereldoorlog dan de tijd van je ouders, het interbellum de tijd van je grootouders, de Eerste Wereldoorlog de tijd van je overgrootouders?

Als we de levende doden durven toelaten, voelen we dan bij de geschiedenis: dit gaat over mij?

[1] Marijke Teeuw schreef over haar elf jaar in Mozambique het boek: Moisés, kind van Mozambique. Zie: https://www.uitgeverijpepijn.nl/item-386-Mois%C3%A9s

De voorouders

Waarom de voorouders geen rol spelen in De boom met de bittere bladeren. Die vraag van een lezer zette me aan het denken. Ook door de toelichting: in Mozambique zijn de voorouders van wezenlijk belang.

De lezer in kwestie heeft elf jaar in Mozambique lesgegeven. Dat dit inmiddels twintig jaar geleden is, maakt haar ervaring niet minder waardevol. Hoe langer ze in dit Afrikaanse land woonde, hoe meer ze de rol van de voorouders begon te zien.

Mensen brachten kleine offers aan hun voorouders als er iets verkeerd ging in hun leven. Ze dankten hun voorouders voor het nalaten van hun land. En als ze iets te verhapstukken hadden met hun voorouders, raadpleegden ze een traditionele genezer.

Zulke dingen heb ik in Rwanda niet gezien. Hoe zou dat komen? Zijn ze er niet? Heb ik niet goed gekeken? Of had ik daarvoor langer in het land moeten blijven? Om wat licht op de zaak te werpen, raadpleeg ik Aimée.

De voorouders zijn in Rwanda heel belangrijk, zegt Aimée. Iedereen hoort bij een clan[1] via de lijn van zijn vader. Deze clans hebben invloed. Je mag niet met iemand uit je eigen clan trouwen, bijvoorbeeld. En bij een sterfgeval spelen de clanleden een grote rol.

Bovendien hebben de clans totems. Aimées totem is het vogeltje inyamanza, een kwikstaart. Ze vertelt me een mythe over haar totemdier. Voordat iemand van haar clan zijn nieuwe huis betrekt, moet eerst de kwikstaart langskomen. Dat brengt geluk.

Afstamming via je vader is zo belangrijk, dat Aimée haar voorouders van vaderskant tot vier generaties terug kan opsommen. Haar vader, grootvader, overgrootvader en betovergrootvader. Van deze voorouders heeft ze alleen haar vader gekend.

In Rwanda interesseren mensen zich dus niet alleen voor de levenden, maar ook voor de doden. Wat dat betreft lijkt het op Mozambique. Alleen: doen ze dat ook door te offeren, te danken en bij gedoe met hun voorouders traditionele hulp te zoeken?

Die gebruiken zijn bij ons door het christendom verdwenen, zegt Aimée. Het christendom is dominant in Rwanda[2]. Maar bij nader inzien kent ze toch mensen die naar de kerk gaan en ook traditionele goden aanbidden. Die raken volgens haar ‘erg in de war.’

Daar kan ik inkomen: ik raak ook bijna in de war. In elk geval weet ik nu waarom de voorouders niet voorkomen in De boom met de bittere bladeren. Welke invloed ze ook hebben, voor mij zijn ze niet zichtbaar.

Wat dat betreft is de slotzin van het boek veelzeggend: “(…) er zaten nog ontelbare andere geheimen verstopt in de heuvels van mijn land.”

[1] In totaal zijn er twintig clans in Rwanda. Zie: http://kimenyi.com/clans.php
[2] 94% van de Rwandezen is christelijk (57% katholiek en 37% protestant).

Kerst in coronatijd

Kerst wordt dit jaar anders. Zoveel is zeker. Door het coronavirus verliezen traditionele kerstgewoontes hun vanzelfsprekendheid. Dat geldt voor ons, maar net zo goed voor de Rwandezen.

In Rwanda ga je normaal gesproken op kerstavond naar de kerk. Begrijpelijk: het land is voor meer dan 95% christelijk. De rooms-katholieken zijn de grootste groep, op de voet gevolgd door de protestanten.

Het is nu alweer bijna twee jaar gelden dat ik op kerstavond mijn mooiste Afrikaanse kleren aantrok. Door de donkere straten van het grensplaatsje Gisenyi liep ik met Aimée naar de katholieke nachtmis.

Van de dienst in het Kinyarwanda kon ik niet veel verstaan, maar de liederen en dansende meisjes in witte jurkjes spraken een universele taal. Het mooie van zo’n dienst vind ik het open karakter: iedereen is welkom.

Behalve de nachtmis heb ik in Rwanda weinig van kerst gemerkt. Tenminste niet de dingen die wij er allemaal bij halen. Geen kerstbomen, kerstmarkten en kerstversiering (behalve een verdwaalde kerstgorilla). Geen kerstdiner, geen kerstkoor, geen kerstpakket.

En nu gaat in Rwanda de kerstnachtmis misschien niet door. Op dit moment zijn alle feesten en huwelijken afgelast, dus de kans dat de kerkdiensten voor corona moeten wijken, is aanzienlijk.

Net als bij ons eigenlijk. Alleen wij hebben meer middelen om er iets van te maken. Wij kunnen een kerstdienst zonder kerkgangers live streamen, kerstversiering ophangen, een (sober) kerstdiner organiseren, een kerstboom in huis halen.

En onder die kerstboom, waarom niet: De boom met de bittere bladeren[1]. Een prachtcadeau, al zeg ik het zelf. Want met de aankoop steun je de Rwandese organisatie Pax Rwanda[2]. En wat is er fijner tijdens deze stille kerstdagen dan wegduiken in een aangrijpend verhaal dat zich afspeelt in een warm land?

Kerst wordt dit jaar anders. Maar misschien nog steeds wel mooi.

[1] Online te bestellen via de lokale boekhandel of bij grote webshops zoals libris.nl
[2] http://PaxRwanda.com

The Tree with Bitter Leaves

Twee keer per jaar maakt Lemniscaat een Engelstalige brochure The Best of The Best. Daarin prijkt hun aanbod voor buitenlandse uitgevers. Deze herfst val ik in de prijzen, want De boom met de bittere bladeren zit erbij!

The Tree with Bitter Leaves heet mijn boek in de aanbiedingsfolder.[1] Deze is qua vormgeving vergelijkbaar met haar Nederlandstalige zusje. Alleen het eerste hoofdstuk is in het Engels opvraagbaar.

‘Normaal gesproken gaan we hiermee naar internationale boekenbeurzen zoals Bologna en Frankfurt,’ vertelt Robin, Rechtenmedewerker bij Lemniscaat. ‘Maar door corona zijn die afgelast. Alles gaat nu digitaal.’

Dat betekent zoomsessies met aankopend redacteuren van andere uitgevers, en met agenten. ‘Minder mensen dan op de beurs,’ zegt Robin, ‘maar de gesprekken gaan wel dieper.’ 

De mensen die hij spreekt, speuren naar nieuwe boeken. Meestal selecteren ze op leeftijdsgroep. Vooral prentenboeken zijn gewild. Dat begrijp ik wel. Beeldtaal is internationaal, en de tekst heeft weinig woorden.

Het is inderdaad de vertaling die het meest kost, bevestigt Robin mijn vermoeden. Als een uitgever de rechten van een boek opkoopt, moet hij de vertaling voor zijn rekening nemen. Vaak zijn daar subsidies voor, zoals het Letterenfonds in Nederland.

Daarbij kan de inkopend uitgever ook de titel aanpassen, en de cover. Het boek moet aantrekkelijk zijn voor hun eigen lezerspubliek. ‘Niet elk boek is cultureel overdraagbaar,’ zegt Robin als we het over de keuze van buitenlandse uitgevers hebben.

Gelukkig is De boom met de bittere bladeren dat wel. In elk land kunnen ze het verhaal van Maridadi lezen, want het onderwerp is herkenbaar voor iedereen. Een ander pluspunt is dat waarschijnlijk geen andere Young Adult schrijver zich zo grondig in de Rwandese cultuur en geschiedenis heeft verdiept.

Maar dat The Tree with Bitter Leaves werkelijkheid wordt, is volgens Robin allerminst vanzelfsprekend. De Angelsaksische landen hebben zoveel intern aanbod, dat ze zeer beperkt boeken aankopen vanuit het buitenland. Meer kans bieden Duitsland, Frankrijk, Italië en Zweden.

Der Baum met den bitteren Blättern wordt het dan. Of: l’Arbre aux feuilles amères. Of: l’Albero dale foglie amare. Of misschien wel: Trädet med de bittra bladen. 

Ik zou bij elke taal een gat in de lucht springen, maar als ik mag kiezen, ga ik voor l’Arbre aux feuilles amères. In het Frans wordt het verhaal namelijk ook toegankelijk voor Rwandezen.

 [1] https://lemniscaatrights.com/wp-content/uploads/2020/10/Lemniscaat-Rights-Fall-2020-catalogue-Website.pdf

Spotify playlist

Of ik een Spotify playlist wilde maken, vroeg mijn uitgever een tijdje geleden. Een lijst met songs die me hadden geïnspireerd bij het schrijven van De boom met de bittere bladeren. Een leuke vraag, vond ik. Alleen: had ik die?

Het eerste wat bij me opkwam, was paradoxaal genoeg “stilte”. Ik had de stilte opgezocht om De boom met de bittere bladeren te kunnen schrijven. ‘De stilte van de doden,’ zegt het personage Paula ergens in het verhaal.

Van vrienden hoorde ik over een stiltelied. John Cage schreef het nummer 4’33”[1]. Een pianist gaat naar de piano en raakt 4 minuten en 33 seconden geen toets aan. Maar dit nummer stond helaas niet op Spotify.

Daarna dacht ik aan Brucy Melody. Tijdens mijn laatste bezoek aan Rwanda was ik naar zijn optreden gegaan. Een deinende massa in het donker, de meisjes die elk nummer konden meezingen… Dit had me geïnspireerd bij een anekdote. En Bruce Melody stond wèl op Spotify.

Maar er moesten meer Rwandese artiesten zijn. Welke muziek vind jij mooi, appte ik aan een paar jongeren in Rwanda. Dat maakte heel wat los. Urban Boys, Ama G The Black, King James, Queen Cha… Ik zocht op Spotify en leefde op.

Kigali Love; een lied over de hoofdstad. Nyabagongo, over de rivier die dwars door Rwanda stroomt. The Farmer, over de boeren in de heuvels. Bijna alles gezongen in de eigen taal. Vooral bij King James hoorde ik hoe melodieus het Kinyarwanda klinkt.

Ik maakte een selectie en vulde die aan met The Good Ones, een band die muziek maakt als genezingsproces na de genocide. En natuurlijk mochten de Batwa met hun specifieke dansmuziek niet ontbreken. Ook zij spelen een rol in mijn boek.

De playlist van De boom met de bittere bladeren kan je vinden via deze[2] link. Bij mij staat hij nu op nummer één. Het is muziek waarin de veerkracht van Rwandezen doorklinkt. Opwekkende nummers die me inspireren tot méér.

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/4%2733%22
[2] https://open.spotify.com/playlist/7beVZsvhoAL2drUxKtbFr5?si=mByCIQD_Q_eug7ZqmGevpg

Het boek verschijnt

Mijn nichtje van vier heeft een bijzonder gave. Als er bijvoorbeeld ergens een trui rondslingert, weet zij steevast van wie die is. En als de stoelen worden verplaatst voor een feestje, kan zij ze exact op hun vaste plek terugzetten.

Ze houdt de dingen om haar heen dus goed in de gaten. De zichtbare, maar ook de onzichtbare. Zo hadden we het in mijn familie pas over mijn boek in wording. Een bekend onderwerp voor haar, want daar ben ik al mee bezig zolang zij leeft.

Even daarvoor had mijn broer Jim laten vallen dat hij het boek online had besteld. Maar toen mijn moeder zei dat ze het bij de boekhandel ging kopen, begon mijn nichtje te protesteren. Dat kon niet! Jim zou het boek toch al krijgen?

Het duurde even voordat het kwartje viel. Mijn nichtje dacht dat er maar één exemplaar van mijn boek zou worden gemaakt! Eigenlijk heel logisch, aangezien we het steeds hadden gehad over ‘het boek van Ruth.’

Zo goed mogelijk heb ik haar uitgelegd dat er niet één, maar heel veel exemplaren van mijn boek zouden worden gedrukt. Dat die allemaal tegelijk zouden worden gemaakt, en dan in verschillende winkels zouden komen te liggen.

Een wonder, als je er goed over nadenkt. Toen ik door de corona geen boekpresentatie kon houden, heb ik dit gegeven aangegrepen. Ik heb overal rondgevraagd naar foto’s van De boom met de bittere bladeren in de lokale boekhandel.

De foto’s stroomden binnen. ‘Het boek verschijnt,’ werd zo letterlijk in beeld gebracht. Prachtig voor mezelf én voor mijn nichtje. Als ze wat ouder is, kunnen we samen lachen om de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van ‘het boek.’

Tip: de fotocollage staat op: https://rutherica.com/het-boek-verschijnt/