Een educatief koekje

Het jaar 2022 heeft De boom met de bittere bladeren veel gebracht. Maar één konijn is nog niet uit de hogehoed gesprongen. Een fragment uit de roman is opgenomen in een leerwerkboek van de Vlaamse uitgever Pelckmans.

Campus 4 Nederlands concreet heet het leerwerkboek. Het is een imposant boek van 464 pagina’s. Wanneer ik het over de post ontvang, denk ik in eerste instantie aan een ouderwetse telefoongids.

Maar ouderwets is het allerminst. De papieren versie wordt aangevuld met een digitale leeromgeving. Voor een taalliefhebber is het net een koekjesfabriek. De inhoud: vijf grote trommels gevuld met de heerlijkste taalkoekjes.

Het fragment uit mijn boek zit in trommel twee. Natuurlijk blader ik daar gelijk naartoe. Onder het kopje ‘boekwijzer’ zijn maar liefst zes pagina’s aan De boom met de bittere bladeren gewijd.

De eerste opdracht gaat over de flaptekst. Vier vragen kunnen de leerlingen hierover beantwoorden. Ze richten zich zowel op de inhoud van de tekst als op hun persoonlijke beleving.

De andere vier opdrachten gaan over het tekstfragment. Pelckmans heeft gekozen voor de eerste vijf bladzijden van het boek. Voor de digitale leeromgeving is dit fragment ook ingesproken.

Om de vragen hierover te verlevendigen, wordt er verwezen naar een recensie, foto’s (zoek de klamboe), een blog over het woord muzungu en een tekening.

Die tekening is mijn favoriet. Een scène uit je boek zo tot leven te zien komen, is bijzonder. Ik heb hem meteen naar Rwanda geappt. Aimée en ik zijn het erover eens: de tekenaar heeft zich goed in de Rwandese setting verdiept.

Het blauwe dak van de markthal, de mensen, de vulkaan, de sfeer… allemaal raak. Alleen de passagier op de motortaxi mist een helm en Maridadi’s haar is te lang. Maar bij dat laatste kan de illustrator zijn misleid door de cover.

Aan mijn plezier doet het in elk geval niets af. Ik geniet van dit educatieve koekje. Nu zou ik best willen weten of het ook bij de Vlaamse leerlingen in de smaak valt.

Schoolbezoek ++

Van tevoren ben ik wel een beetje zenuwachtig. 60 kinderen en 90 minuten: zolang heb ik nog niet eerder voor een groep gestaan, zeker niet zo’n grote. Maar de kinderen hebben allemaal De boom met de bittere bladeren gelezen. En ik ben zelf ooit op deze Vrijeschool in Zutphen begonnen.

‘Het zijn havo en vwo-leerlingen,’ meldt de docent Nederlands als ik ’s ochtends met haar de lerarenkamer in wandel. ‘Een aantal zijn vwo ++.’ Ze geeft me een kop thee. ‘Die kinderen lezen veel. Sommigen vonden jouw boek een beetje makkelijk[1].’

Ik merk het gelijk als de derdeklassers het klaslokaal binnen wandelen. Ze hebben een open blik en begroeten me vrijmoedig. Het is duidelijk dat ze weten wie ze voor zich hebben. Snel schakel ik een paar niveaus omhoog. Deze leerlingen mag ik niet onderschatten.

Op het programma staat een flitsbezoek aan Afrika en een battle. Vrij uitgebreid, want we hebben de tijd. Zodra de beelden van Rwanda op het scherm verschijnen, gaan de eerste vingers al de lucht in. Hoe het was om als een witte in Afrika zijn, wil een leerling weten. En een ander: wat mijn Rwandese vrienden vonden van mijn verhaalidee.

Zulke gretige leerlingen heb ik nog niet eerder gehad. Terwijl ik vertel wat mij in Rwanda inspireerde, krijg ik de ene vraag na de andere voorgelegd. Misschien komt het door de gedegen voorbereiding. Ze hebben het boek om de zoveel hoofdstukken besproken, heeft de docent Nederlands me verteld. En ze hebben er opdrachten bij gemaakt.

Hoe meer vragen er komen, hoe enthousiaster ik word. Of het niet lastig was om als witte schrijver vanuit een Afrikaanse hoofdpersoon te schrijven, polst een meisje. Ik knik: een hele goede vraag. Bij het antwoord kan ik de complexiteit meenemen. Wat een ruimte!

Op welk moment het precies gebeurt, kan ik niet zeggen. Maar ergens in deze anderhalf uur krijg ik het gevoel dat we boven de stof uitstijgen. De kinderen hebben niet alleen de ingewikkelde Rwandese setting begrepen; ze tonen ook inzicht en gevoel voor deze realiteit.

Wat er verder nog gebeurt, maakt dan niet meer uit. Een vergeten mobieltje rinkelt, maar het stoort me niet. De Spotify-playlist verloopt wat rommelig: ook dat is prima. Er is een uitwisseling op inhoud, wat een geweldig cadeau!

Als iedereen weer is verdwenen, leest een leerlinge mij de uitwerking van de opdracht voor. Schrijf een brief aan Puck alsof je Maridadi bent, waarin je vertelt over de herdenkingskring. Het meisje is helemaal in de huid van Maridadi gekropen. Haar tekst zou zó aan het boek kunnen worden toegevoegd.

Een prachtige opdracht, trouwens. De docent heeft hem zelf bedacht, en geeft  toestemming hem op mijn website[2] te delen. Het schoolbezoek heeft intussen een speciaal plekje in mijn hart. Een schoolbezoek ++.


[1] Dit sloeg vooral op het leesniveau, niet op de inhoud.

[2] https://ruthericacom.files.wordpress.com/2022/05/bedenk-zelf-een-opdracht.pdf

Gastles aardrijkskunde

Of ik bij het vak aardrijkskunde over mijn boek wilde komen vertellen. Dat zou mooi passen in een zevendelige serie over Grenzen en Identiteit.[1] Een gastles aardrijkskunde dus. Voor twee derde klassen van de Vrije School op mavoniveau.

De docent aardrijkskunde gaf me aanwijzingen. Het gaat vooral om letterlijke grenzen. Daarbij kijken ze welke soorten grenzen er zijn (kunstmatig/ natuurlijk, open/gesloten, hard/zacht), welke gevolgen die hebben op politiek-sociaal en economisch vlak, en welke invloed op je identiteit.

Enthousiast ging ik aan de slag. Eerst zou ik wat vertellen over Afrika en het ontstaan van de koloniale grenzen, daarna zou ik inzoomen op Rwanda en de grenzen tussen de groepen. Ik zou eindigen met de oplossing die Rwanda heeft gekozen na de genocide.

Al snel bleek dat ik een ruime bagage had om uit te putten. Voor Afrika kon ik gebruik maken van eigen bezoeken aan gemeenschappen in west, oost en centraal Afrika. Het deel over Rwanda kon ik illustreren met citaten uit De boom met de bittere bladeren.

Hoe leuk het is om uit je eigen ervaring te kunnen vertellen, merkte ik meteen bij de eerste klas. Van de talenwonders in een Senegalees dorp, via de nomadische veehouders in Kenia, tot jagers-verzamelaarsgroepen in centraal Afrika. Toen ik daarna over de Conferentie van Berlijn begon, werd het drama voelbaar: de koloniale grenzen zijn dwars door deze groepen getrokken.

Rwanda was een hersenkraker. Voor De Boom met de bittere bladeren had ik me er lang in verdiept. Dit toegankelijk te maken voor een jonge groep zonder voorkennis, was een echte uitdaging. Mijn aanpak: alleen de essentie, stap voor stap, in gewone mensentaal.

En verdraaid: het werkte! De leerlingen leken het te kunnen volgen. Er was nog wel een uitdaging, maar die lag op een ander vlak. De kinderen waren snel afgeleid. Zodra ze onder elkaar begonnen te praten, was het moeilijk om ze weer bij de les te krijgen.

‘Inhoudelijk zeer interessant,’ zei de aardrijkskundeleraar na afloop. Hij kon er prima op voortbouwen in de serie over Grenzen en Identiteit. Maar hij had ook wat tips. ‘Meer interactie. Deze leerlingen zijn niet gewend om zo lang te luisteren.’

De dag erop past ik mijn les aan. Het effect op klas twee was onmiskenbaar: de leerlingen bleven actief en betrokken. Bij de stellingen waar/ niet waar werden ze zelfs bepaald fanatiek. Alleen het kostte wel meer tijd, waardoor we niet meer aan het einde toekwamen. Tja, lesgeven heet niet voor niks doceer-en.

‘Heel leuk gedaan, hoor mevrouw,’ zei een meisje nadat de les was afgelopen. Vanbinnen gaf ik mezelf een schouderklopje. Ik had mijn vuurdoop gehad. Laat de volgende gastles maar komen!


[1] Het onderwerp Grenzen en Identiteit is onderdeel van het examenprogramma zoals door de overheid opgesteld en wordt dus op alle scholen (en ook in alle aardrijkskundeboeken) gedoceerd.