Schoolbezoek ++

Van tevoren ben ik wel een beetje zenuwachtig. 60 kinderen en 90 minuten: zolang heb ik nog niet eerder voor een groep gestaan, zeker niet zo’n grote. Maar de kinderen hebben allemaal De boom met de bittere bladeren gelezen. En ik ben zelf ooit op deze Vrijeschool in Zutphen begonnen.

‘Het zijn havo en vwo-leerlingen,’ meldt de docent Nederlands als ik ’s ochtends met haar de lerarenkamer in wandel. ‘Een aantal zijn vwo ++.’ Ze geeft me een kop thee. ‘Die kinderen lezen veel. Sommigen vonden jouw boek een beetje makkelijk[1].’

Ik merk het gelijk als de derdeklassers het klaslokaal binnen wandelen. Ze hebben een open blik en begroeten me vrijmoedig. Het is duidelijk dat ze weten wie ze voor zich hebben. Snel schakel ik een paar niveaus omhoog. Deze leerlingen mag ik niet onderschatten.

Op het programma staat een flitsbezoek aan Afrika en een battle. Vrij uitgebreid, want we hebben de tijd. Zodra de beelden van Rwanda op het scherm verschijnen, gaan de eerste vingers al de lucht in. Hoe het was om als een witte in Afrika zijn, wil een leerling weten. En een ander: wat mijn Rwandese vrienden vonden van mijn verhaalidee.

Zulke gretige leerlingen heb ik nog niet eerder gehad. Terwijl ik vertel wat mij in Rwanda inspireerde, krijg ik de ene vraag na de andere voorgelegd. Misschien komt het door de gedegen voorbereiding. Ze hebben het boek om de zoveel hoofdstukken besproken, heeft de docent Nederlands me verteld. En ze hebben er opdrachten bij gemaakt.

Hoe meer vragen er komen, hoe enthousiaster ik word. Of het niet lastig was om als witte schrijver vanuit een Afrikaanse hoofdpersoon te schrijven, polst een meisje. Ik knik: een hele goede vraag. Bij het antwoord kan ik de complexiteit meenemen. Wat een ruimte!

Op welk moment het precies gebeurt, kan ik niet zeggen. Maar ergens in deze anderhalf uur krijg ik het gevoel dat we boven de stof uitstijgen. De kinderen hebben niet alleen de ingewikkelde Rwandese setting begrepen; ze tonen ook inzicht en gevoel voor deze realiteit.

Wat er verder nog gebeurt, maakt dan niet meer uit. Een vergeten mobieltje rinkelt, maar het stoort me niet. De Spotify-playlist verloopt wat rommelig: ook dat is prima. Er is een uitwisseling op inhoud, wat een geweldig cadeau!

Als iedereen weer is verdwenen, leest een leerlinge mij de uitwerking van de opdracht voor. Schrijf een brief aan Puck alsof je Maridadi bent, waarin je vertelt over de herdenkingskring. Het meisje is helemaal in de huid van Maridadi gekropen. Haar tekst zou zó aan het boek kunnen worden toegevoegd.

Een prachtige opdracht, trouwens. De docent heeft hem zelf bedacht, en geeft  toestemming hem op mijn website[2] te delen. Het schoolbezoek heeft intussen een speciaal plekje in mijn hart. Een schoolbezoek ++.


[1] Dit sloeg vooral op het leesniveau, niet op de inhoud.

[2] https://ruthericacom.files.wordpress.com/2022/05/bedenk-zelf-een-opdracht.pdf

Gastles aardrijkskunde

Of ik bij het vak aardrijkskunde over mijn boek wilde komen vertellen. Dat zou mooi passen in een zevendelige serie over Grenzen en Identiteit.[1] Een gastles aardrijkskunde dus. Voor twee derde klassen van de Vrije School op mavoniveau.

De docent aardrijkskunde gaf me aanwijzingen. Het gaat vooral om letterlijke grenzen. Daarbij kijken ze welke soorten grenzen er zijn (kunstmatig/ natuurlijk, open/gesloten, hard/zacht), welke gevolgen die hebben op politiek-sociaal en economisch vlak, en welke invloed op je identiteit.

Enthousiast ging ik aan de slag. Eerst zou ik wat vertellen over Afrika en het ontstaan van de koloniale grenzen, daarna zou ik inzoomen op Rwanda en de grenzen tussen de groepen. Ik zou eindigen met de oplossing die Rwanda heeft gekozen na de genocide.

Al snel bleek dat ik een ruime bagage had om uit te putten. Voor Afrika kon ik gebruik maken van eigen bezoeken aan gemeenschappen in west, oost en centraal Afrika. Het deel over Rwanda kon ik illustreren met citaten uit De boom met de bittere bladeren.

Hoe leuk het is om uit je eigen ervaring te kunnen vertellen, merkte ik meteen bij de eerste klas. Van de talenwonders in een Senegalees dorp, via de nomadische veehouders in Kenia, tot jagers-verzamelaarsgroepen in centraal Afrika. Toen ik daarna over de Conferentie van Berlijn begon, werd het drama voelbaar: de koloniale grenzen zijn dwars door deze groepen getrokken.

Rwanda was een hersenkraker. Voor De Boom met de bittere bladeren had ik me er lang in verdiept. Dit toegankelijk te maken voor een jonge groep zonder voorkennis, was een echte uitdaging. Mijn aanpak: alleen de essentie, stap voor stap, in gewone mensentaal.

En verdraaid: het werkte! De leerlingen leken het te kunnen volgen. Er was nog wel een uitdaging, maar die lag op een ander vlak. De kinderen waren snel afgeleid. Zodra ze onder elkaar begonnen te praten, was het moeilijk om ze weer bij de les te krijgen.

‘Inhoudelijk zeer interessant,’ zei de aardrijkskundeleraar na afloop. Hij kon er prima op voortbouwen in de serie over Grenzen en Identiteit. Maar hij had ook wat tips. ‘Meer interactie. Deze leerlingen zijn niet gewend om zo lang te luisteren.’

De dag erop past ik mijn les aan. Het effect op klas twee was onmiskenbaar: de leerlingen bleven actief en betrokken. Bij de stellingen waar/ niet waar werden ze zelfs bepaald fanatiek. Alleen het kostte wel meer tijd, waardoor we niet meer aan het einde toekwamen. Tja, lesgeven heet niet voor niks doceer-en.

‘Heel leuk gedaan, hoor mevrouw,’ zei een meisje nadat de les was afgelopen. Vanbinnen gaf ik mezelf een schouderklopje. Ik had mijn vuurdoop gehad. Laat de volgende gastles maar komen!


[1] Het onderwerp Grenzen en Identiteit is onderdeel van het examenprogramma zoals door de overheid opgesteld en wordt dus op alle scholen (en ook in alle aardrijkskundeboeken) gedoceerd.

Expositie Rwandese boeken

Als je een jeugdroman over Rwanda hebt geschreven, en je krijgt vervolgens een uitnodiging voor de opening van een Rwanda expositie in de bibliotheek van het Afrika-Studiecentrum, dan weet je het wel. Gaan natuurlijk!

Ik heb dubbel geluk, want de bibliotheek bevindt zich in mijn woonplaats Leiden. Dus spring ik op een donderdagmiddag[1] op de fiets en peddel naar het Afrika-Studiecentrum[2] achter het station.

Bij binnenkomst is er al een twintigtal mensen aanwezig. Ze hebben zich geschaard rond twee kastwanden waar de boeken in een vernuftige klapkasjes staan opgesteld. De kastjes zijn 30 kolommen breed en 6 rijen hoog. Het geheel ziet er kleurrijk uit.

De boeken zijn afgelopen september bemachtigd in Kigali, hoor ik van de Specialist Wetenschappelijke Informatie Gerard van de Bruinhorst. Elk jaar gaan medewerkers van het Afrika-Studiecentrum naar Afrika om hun collectie te verrijken. In Rwanda waren ze nog niet eerder geweest.

Tot dat moment behelsde hun collectie 180 boeken en tijdschriften die daadwerkelijk in Rwanda zijn gepubliceerd. Dat stond in schril contrast tot de ongeveer 1200 publicaties in hun collecties over Rwanda die in de diaspora zijn gepubliceerd, meestal in westerse landen.

Gerard en zijn collega waren dan ook blij verrast toen ze in Rwanda aankwamen. Er bleek veel meer gepubliceerd te worden dan ze hadden verwacht. Ze bezochten boekwinkels in de hoofdstad Kigali, en winkels van ngo’s zoals Caritas.

Het resultaat van de expeditie is aanzienlijk: de bibliotheek kon haar in Rwanda gepubliceerde collectie verdriedubbelen. De medewerkers kwamen terug met rond de 600 items: boeken, tijdschriften, kranten en films op dvd. Een selectie daarvan is nu geëxposeerd.

Ik laat mijn oog over de kastjes gaan. Er zijn allerlei categorieën: geschiedenis (3 kolommen), literatuur (4), kinderen (4), Christendom (4), lesboeken (2), films (1), Islam (3), moraliserend (1) en genocide (8). De boeken zijn geschreven in het Kinyarwanda[3], Swahili, Frans of Engels.

De grootste categorie gaat dus over de Rwandese genocide. Veel getuigenissen van Tutsi’s die het hebben overleefd, maar ook bijvoorbeeld verhalen van gemengde kinderen (Hutu-Tutsi), die geboren zijn uit een verkrachting tijdens de genocide.

Wellicht heeft het Afrika-Studiecentrum daarom professor Lidewyde Beckmoes gevraagd om de expositie te openen. Zij deed onder meer onderzoek naar de lange termijneffecten van conflicten op Burundese en Rwandese kinderen en jongeren.[4]

Hé, denk ik verrast als ik de professor in de antropologie hoor praten. Dat is precies het thema van De boom met de bittere bladeren! Misschien hing het onderwerp wel in de lucht.

De Rwandese expositie is nog tot 31 mei te bezichtigen. Hier past maar één advies. Gaan natuurlijk![5]

[1] 31 maart 2022.

[2] https://www.ascleiden.nl/content/library

[3] De nationale taal van Rwanda.

[4] https://www.ascleiden.nl/organization/people/lidewyde-berckmoes

[5] Adres: Wassenaarsestraat 52, 2333 AK Leiden.

Gouden slotmoment Leesjury

De nominatie voor De Leesjury was al een prijs op zichzelf. In heel Vlaanderen gingen jongeren met De boom met de bittere bladeren aan de slag. Bij deze nominatie hoorde ook een uitslag én een feestelijk slotmoment. Een afsluiting in Leuven met een gouden randje.

Het begon al gelijk goed in De Kleine Johannes. Als ik toch in Leuven was, zou ik dat kunnen combineren met een bezoekje aan deze kinderboekwinkel. De eigenaar Luc Vander Velpen bood me gastvrij een signeersessie aan. De winkel richt zich vooral op jonge kinderen, maar toch…

Een onbekende stad binnenwandelen en dan je boek in de lokale boekwinkel zien liggen, geeft een speciaal gevoel. ‘De Leesjury 3’ staat er naast de geëtaleerde boeken. Een verwijzing naar de uitslag van De Leesjury, waarin ik van de kinderen van 12-14 jaar de derde prijs heb gekregen.[1]

De medewerkers van De Kleine Johannes feliciteren me van harte. ‘En dat voor zo’n boek,’ roept Luc enthousiast. Hij had niet verwacht dat een atypisch onderwerp als de erfenis van de Rwandese genocide in de top drie zou eindigen.

Niet dat er zich spontaan een puber aandient voor de signeersessie, maar Luc is niet voor één gat te vangen. ‘Vanavond hebben we een lezing over Congo,’ zegt hij. ‘Ik geef je tien minuten om iets over De boom met de bittere bladeren te vertellen.’

Zo word ik een aperitiefje bij de volwassenen. En dan blijkt dat dit verhaal over Rwanda bij hen een snaar raakt. Want als de lezing is afgelopen, zijn er te weinig exemplaren aanwezig. ‘We gaan nieuwe bestellen,’ zegt Luc, blij met deze onverwacht ontknoping.

De volgende dag[2] ontmoet ik de jonge lezers van De Leesjury. Bij het Slotmoment in de Bib hebben ze zich aangemeld voor mijn workshop. Flitsbezoek Afrika & Battle, staat er in de omschrijving. En: test je kennis over het boek in een heuse battle.

De ruimte loopt vol. Zó vol, dat de helft van de kinderen moet blijven staan. ‘Niet erg,’ zeggen ze als de vrijwilliger van De Leesjury ernaar vraagt. Dus begin ik mijn verhaal voor een groep kinderen die zich naar Nederlandse maatstaven bijzonder rustig houdt.

Al vlug krijg ik in de gaten dat ze De boom met de bittere bladeren goed hebben gelezen. Ze weten de naam van de hoofdpersoon en de witte studente meteen. Die kennis blijkt ook uit de battle waarbij twee groepen het tegen elkaar opnemen. Bijna alle antwoorden zijn in de roos.

Of ik een vervolg ga schrijven, wil een jonge lezer weten als de battle is afgelopen. Een kwartier later ga ik daarop door bij de meet & greet. Hiervoor heeft een clubje kinderen zich om me heen geschaard. Met hun vragen kan ik de diepte in.

Mijn leukste moment komt als we de rollen omdraaien. Ik vraag de kinderen naar hun mening over het boek. Een meisje had er een spreekbeurt over gehouden, een ander had er ongemerkt veel van geleerd. Een derde had er een moodboard over gemaakt.

Vandaar dat ze alle vragen zo goed konden beantwoorden! Hier is een creatief proces aan vooraf gegaan. Mijn respect voor De Leesjury stijgt opnieuw. Wat hebben de kinderen afgelopen acht maanden allemaal nog meer gedaan?

Vooralsnog blijft dat gissen, maar zeker is dat De boom met de bittere bladeren een groep jonge lezers heeft geraakt. Want bij de signeersessie in de Bib kopen een aantal pubers het boek. Wanneer ik hen aandachtig een briefje zie uitvouwen en muntgeld tellen, weet ik waarom ik dit verhaal ooit heb willen schrijven.


[1] https://vimeo.com/705682674 Voor een uitleg over De Leesjury zie; https://rutherica.com/2021/12/19/belgische-nominaties/

[2] 7 mei 2022.

Slotshow De Kleine Cervantes

Dat de dag eraan zat te komen, wist ik al sinds de nominatie van De boom met de bittere bladeren. Maar hoe het zou uitpakken, was een grote verrassing. Op 28 april was het zover: de slotshow van De Kleine Cervantes, de jeugdliteratuurprijs in de stad Gent.

Ik stap in een rijke traditie, blijkt als ik de dag van tevoren naar Gent afreis. Het is de 24ste keer dat deze literatuurprijs wordt uitgereikt. De stad Gent zelf heeft trouwens ook een eerbiedwaardige historie, zie ik aan de sfeervolle, oude gebouwen. Waarom ben ik hier nooit eerder geweest?

‘Dat vragen wel meer mensen zich af,’ zegt een jonge actrice in de creatieve broedplaats De Shanty. Ze maakt deel uit van een groep jonge acteurs die presentator Ian Ghysels voor De Kleine Cervantes bij elkaar heeft gezocht.  

Wanneer ze hoort welk boek ik heb geschreven, begint ze te stralen. ‘Ik ben Puck!’ flapt ze eruit. Uit elk van de zes genomineerde boeken zullen ze morgen een personage spelen. Meestal de hoofdpersoon, maar in mijn geval niet. ‘Dat zou culturele toe-eigening zijn,’ zeggen de acteurs, verwijzend naar mijn Rwandese hoofdpersoon.

Tijd om hier verder op door te vragen,[1] heb ik niet. Ze moeten nog repeteren. Waarom dat nodig is, begrijp ik pas de volgende dag in de theaterzaal van De Kopergietery. Ian en collega hebben zich getransformeerd tot influencers. Achter hen een reusachtig scherm. Een DJ zorgt voor geluidsfragmenten.

Voor een zaal jonge lezers, genomineerde schrijvers en organisatoren, ontrolt zich een spetterende show. Steeds wordt een personage uit een ander boek opgevoerd. Hun verhaal wordt gekoppeld aan de leefwereld van de kinderen door middel van challenges.

Puck is de eerste die zich aandient. Wanneer ze met twee staarten, een rond brilletje, een verrekijker en camera opduikt, schiet ik in de lach. ‘Ik vind het zó leuk om alles te bestuderen,’ roept Puck enthousiast. Ze raakt niet uitgepraat over de Batwa in Rwanda, die niet alleen klein van stuk zijn, maar ook klein in aantal.

Op enig moment richt Puck haar blik op het publiek. ‘Jullie zijn ook heel interessant!’ zegt ze. ‘Wie zijn jullie, op welke school zitten jullie, hoe heten jullie?’ Nu moet ik nog harder lachen, want in deze uitvergrote versie van mijn personage heb ik een stukje van mezelf herkend.

Ook ik ben die dag ijverig bezig de aanwezigen in kaart te brengen. Daardoor weet ik dat er maximaal 130 kinderen in de zaal zitten[2] en dat ze afkomstig zijn van vijf Gentse scholen uit klas 1 en 2 middelbaar. Het selectiecomité van de prijs bestaat uit medewerkers van de bibliotheek, de Kopergietery en experts van jeugdliteratuur.

’s Middags wordt de toon serieuzer. Een voor een worden de schrijvers op het podium geroepen. Vier of vijf kinderen komen erbij, en mogen hun vragen stellen. Ik heb de eer om het spits af te bijten. Ik beantwoord vragen over mijn inspiratiebron, Rwanda, de titel van mijn boek…

Er gaat een zoemer. Midden in een zin word ik afgebroken. Blijkbaar liep er op het scherm een timer. De schrijvers na mij zijn gewaarschuwd. Ze werpen af en toe een blik op het scherm, en zeggen dingen als: ‘Nog drie seconden. Die vraag laat ik zitten.’

Als debutant is het inspirerend om mijn collega’s zo bezig te zien. Wat me bijvoorbeeld aanspreekt, is een reactie van Benny Lindelauf. De vraag hoe het met de broers uit zijn boek afloopt, ketst hij terug. ‘Wat denken jullie?’ De kinderen worden aan het denken gezet. Er ontstaat een begin van een gesprek.

De dag zit zo vol indrukken, dat ik bijna vergeet dat er een prijs zal worden uitgereikt. Maar dan is het toch zover. De kinderen hebben van tevoren gestemd en de uitslag wordt met tromgeroffel aangekondigd. En de winnaar is… Martine Letterie met Wij blijven bij elkaar!

De schrijfster naast me staat op, overrompeld. Nadat ik haar heb gefeliciteerd, glimlach bij mezelf. Na lezing van de genomineerde titels, had ik geprobeerd om in de huid van de kinderjury te kruipen en op Martine Letterie gestemd.

Een Puck-achtig onderzoek, begrijp ik dankzij de rake vertolking van mijn personage.


[1] In een ander blog meer hierover.

[2] Waarschijnlijk iets minder, want sommige kinderen zijn tijdens het lezen van de zes boeken afgehaakt.

KNAG DAG over wereldverhalen

Bij de uitreiking van de Glazen Globe hoorde ik er de eerste keer over: de KNAG DAG. Voor niet-ingewijden: de jaarlijkse bijeenkomst van aardrijkskundigen in Nederland. Omdat De boom met de bittere bladeren hun prijs heeft gewonnen, mag ik erbij zijn. Met een boekenstand en een workshop.

Op 6 april is het zover: heel aardrijkskundig Nederland verzamelt zich in een congrescentrum in Den Bosch. Er worden ruim 800 mensen verwacht en dat is te zien. Een lange rij staat in alle vroegte voor de ingang. In overleg met een surveillant mag ik de rij overslaan. Standhouders hebben privileges.

Binnen is het al behoorlijk druk. Gelukkig kan ik vrij snel de stand van de KNAG vinden. Ernaast staat een bartafel met twee barkrukken. Deze plek is gereserveerd voor de winnaar van de Glazen Globe. De 25 boeken die ik via Lemniscaat heb opgevraagd, staan klaar in dozen.

Ervaring met boekenstands heb ik niet, maar ik heb mijn best gedaan. Een donkerblauwe lap, een standaard voor het certificaat van de Glazen Globe,[1] de Glazen Globe zelf natuurlijk, visitekaartjes en een stapel kleurig onderwijsmateriaal bij De boom met de bittere bladeren.

Als ik deze zaken op de bartafel rangschik – in het midden de boeken met bijpassende boekenleggers; ervoor de poster gedrukt door Lemniscaat – ben ik dik tevreden. Het standje is klein, maar mooi. Dat zegt ook de voorzitter van de KNAG, die even later komt buurten. Hij wil graag een foto van het tafereel.

‘Kan ik pinnen?’ vraagt een vrouw terwijl ze naar mijn boek wijst.

‘Ja, dat kan!’ antwoord ik enthousiast.

Speciaal voor deze gelegenheid heb ik een pinapparaat aangeschaft. De tip hiervoor kreeg ik van Marc ter Horst, de vorige prijswinnaar van de Glazen Globe. Het is even oefenen, maar dan is de transactie gelukt. Vanaf nu ben ik ook een verkoper.

De KNAG DAG heeft een rijk programma: een plenaire start en workshops in drie deelsessies. Van het plenaire gedeelte krijg ik alleen Peter Kuipers Munneke over klimaatverandering mee. Dan haast ik me weer terug naar mijn standje. Iets te vroeg blijkt achteraf, want de spreker erna[2] noemt Rwanda als voorbeeld. Een jurylid van de Glazen Globe haakt daar handig op in. Ze vermeldt dat hun prijswinnende boek zich in Rwanda afspeelt en op de informatiemarkt te vinden is. De boom met de bittere bladeren blijkt prachtig te passen in het thema wereldverhalen.

Daarna loopt mijn standje als een trein. In elk pauze stromen de belangstellenden toe. De meeste zijn docent aardrijkskunde op een middelbare school. ‘Ik wil heel graag dit boek kopen,’ zeggen ze gretig. Een heel aantal wil het boek in de les inzetten, en een paar doen dat zelfs al.

Deze persoonlijke gesprekken vind ik het leukst. Een docent gebruikt mijn boek bijvoorbeeld bij demografie. In Rwanda is er hap uit de curve van 1994 (de 1 miljoen doden van de genocide). Zo zegt het de leerlingen weinig, maar wél als via mijn boek het menselijk verhaal erachter meekrijgen. Het boek combineren met het vak Nederlands zien veel docenten zitten. Een docent wil het met aardrijkskunde zelfs van kaft tot kaft behandelen. Mijn lesmateriaal komt dus goed van pas.

Als ik in deelsessie C mijn bijdrage aan de workshop ‘wereldverhalen in jeugdboeken’ mag geven, zit ik al behoorlijk vol indrukken. Misschien geldt dat ook voor de toehoorders, want ze hebben weinig vragen aan mij en de andere sprekers. Ze willen vooral een biertje, maar voordat ze naar de bar gaan, kopen toch nog drie toehoorders mijn boek.

Aan het einde van de dag zijn mijn boeken schoon op, en kan ik met de juryleden van de Glazen Globe proosten op een geslaagde dag. Nu is het afwachten of de zaadjes bij het onderwijs opkomen. Het lesmateriaal, de gastles aardrijkskunde, het schoolbezoek… Ik hoop op een kleurrijk vervolg.


[1] Met dank aan De Kler Leiden die deze standaard gratis ter beschikking stelde.

[2] Nanke Verloo van de Universiteit van Amsterdam sprak over ‘verhalen achter de leefomgeving.’

Post voor Rwanda

Of ik het boek al aan mijn vrienden in Rwanda had gegeven, vroeg een kind tijdens de prijsuitreiking van de Glazen Globe. Daar moest ik ontkennend op antwoorden. Om goede redenen, vond ik, maar de vraag bleef toch hangen. Waarom kwam ik niet in actie?

De belangrijkste reden was de gevoeligheid. Hoewel het een fictief verhaal is dat speelt in 2008, raken de onderwerpen erin wel een gevoelige snaar. En als je een situatie niet goed kan inschatten, moet je hem voorzichtig benaderen, heb ik van mijn rij-instructeur geleerd.

Spoken misschien, maar als het boek al naar Rwanda zou gaan, dan leek het me beter het zelf te brengen. Toen ik op dat punt was beland, gooide Covid 19 roet in het eten. We vielen van de ene lock down in de andere. Reizen was geen vanzelfsprekend meer.

Als ik echt had gewild, had ik wel naar Rwanda kunnen gaan. Het land heeft een streng coronabeleid waardoor de besmettingen relatief laag zijn gebleven. Daardoor konden twee juryleden van de Glazen Globe er bijvoorbeeld de afgelopen zomer naartoe. Ze hadden daar een fietsvakantie geboekt na het lezen van De boom met de bittere bladeren.

Maar hoewel ik figuurlijk rijk ben geworden van schrijven, is dit helaas niet letterlijk het geval. Ik miste dus het geld voor een dergelijke reis. En bovendien, zo zei ik tegen mezelf, begrijpen mijn Rwandese vrienden een Nederlands boek toch niet.

Soms is iets kleins nodig om een knop om te zetten. In dit geval waren het een paar halskettingen die mijn moeder naar Rwanda wilde sturen. Toen ik de portokosten aan het uitzoeken was, bleek dat er nog best wat bij kon. Waarom mijn boek niet, dacht ik. En ineens verdampten al mijn bezwaren.

Na de kerst maakte ik een mooi pakketje en deed het op de bus. Vorige week vertelden mijn vrienden dat het pakje op het postkantoor was aangekomen. Ze hadden meteen De boom met de bittere bladeren eruit gehaald. ‘Het is prachtig,’ appten ze.

Na al mijn verhalen is het boek eindelijk tastbaar. Je kan het aanraken en je kan ernaar kijken. En dat is precies wat deze leeftijdsgenoot van Maridadi op de foto doet. Nu alleen nog een vertaling in het Engels of het Frans. Dan kan ze het ook lezen.


Daisy-luisterboek

De Leesjury pakt haar taak grondig aan. Ook met een leesbeperking kan je meedoen met de grootste Vlaamse leesclub voor jongeren. Alle boeken vanaf groep 2 worden ingesproken met een menselijke stem. Voor De boom met de bittere bladeren betekent dit: een Daisy-luisterboek.

Een Daisy-luisterboek is een bijzonder luisterboek, lees ik op de website van De Leesjury.[1] Met een Daisy-boek bepaal je zelf de voorleessnelheid en volg je op je eigen tempo mee in het gedrukte boek. Je kan ook door het luisterboek bladeren zoals bij een gewoon boek. Zo wordt het verhaal toegankelijk voor bijvoorbeeld slechtzienden of dyslectici.

Natuurlijk wil ik graag weten hoe dit Daisy-luisterboek van De boom met de bittere bladeren klinkt. Maar dat blijkt iets ingewikkelder dan ik dacht. De Leesjury werkt samen met de Belgische Luisterpuntbibliotheek, die het inlezen van Nederlandse auteurs heeft uitbesteed aan het Nederlandse Dedicon.

Dedicon op haar beurt heeft De boom met de bittere bladeren uitbesteed aan de Christelijke Bibliotheek voor Blinden (CBB). Zo ontvang ik tenslotte van het CBB een exemplaar van het Daisy-luisterboek, en kom ik zelfs in contact met de vrouw die mijn boek heeft ingesproken.

Heidi van der Zwaard-Post heet ze, en ze schrijft me meteen dat ze het boek met veel plezier heeft ingelezen. Al is de inhoud verre van plezierig te noemen, voegt ze daaraan toe. ‘Een waar genoegen’ vindt ze daarom passender. De zinnen lazen prettig voor, en het verhaal boeide van begin tot het eind.

Ik mag haar ook een paar vragen voorleggen. Heidi blijkt al zes jaar inlezer te zijn bij het CBB. In tegenstelling tot de stemacteurs van bijvoorbeeld Storytel, is dat een vrijwilligersfunctie. Heidi slaagde voor haar stemtest en volgde een training stemgebruik.[2] Daarna werd ze opgeleid door een medewerker in de blindenbieb. Ze leerde de technische aspecten van het inlezen, en zaken als ademhaling en het vermijden van mondgeluidjes.

Om in de sfeer van De boom met de bittere te komen, bladerde ze het boek door, zocht beeldmateriaal, las de blogs van de auteur, en volgde de serie van Waldemar Torenstra Ondersteboven van Afrika. Ook tikte ze af en toe een Rwandees woord in bij How to pronounce.[3] Voorafgaande aan elke nieuwe leesbeurt, las ze het ingeschatte aantal bladzijden thuis.

Daarna begon het inlezen. Nu ik het audioboek van begin tot eind heb beluisterd, kan ik het resultaat nog meer op waarde schatten. Het inlezen vereist tijd, aandacht en energie. Ons wordt gevraagd om de personages met onze eigen stem te vertolken, legt Heidi uit. Zo blijft er voor de luisteraar ruimte over om de personages te interpreteren.

Heidi heeft een prettige, warme stem. Hoewel de uitspraak van sommige Rwandese woorden lastig blijkt, kan ik aan haar stemgebruik horen hoe ze zich met het verhaal heeft verbonden. Bij iedere leesbeurt was ik voor mijn gevoel weer in Het Land van de Duizend Heuvels, schrijft ze.

Dankzij haar inspanning hebben nu ook mensen met een leesbeperking toegang tot dit verhaal. Niet alleen in België via De Leesjury, maar ook in Nederland via de collectie van Passend Lezen.[4]

[1] https://www.deleesjury.be/de-luisterboeken-van-de-leesjury

[2] Met onder meer: stem, stemgebruik, intonatie, interesses, kennis van talen, het vertolken van een tekst, kennis van diverse soorten teksten, het vertolken van deze teksten.

[3] https://www.howtopronounce.com/

[4] http://www.passendlezen.nl

Belgische nominaties

Hoewel ik hoopte dat er wegens haar koloniale verleden in België belangstelling zou zijn voor De boom met de bittere bladeren, kwamen de nominaties als een complete verrassing. Eerst De Leesjury, de grootste Vlaamse leesclub voor jongeren. Daarna de Kleine Cervantes, de jeugdliteratuurprijs van Gent.

Direct als ik me in De Leesjury verdiep, spreekt de opzet me aan. De jury bestaat uit kinderen tussen de 4 en 18 jaar, die zijn opgedeeld in zeven leeftijdsgroepen. Elke groep krijgt acht (jonge kinderen) of zes (oudere kinderen) boeken voorgelegd.

De juryleden lezen, bespreken en beoordelen deze boeken. Vaak komen ze samen in leesgroepen om over de boeken te praten. Aan het einde van het leesjaar bepalen ze hun winnaar en reiken ze hun prijzen uit.

De boom met de bittere bladeren is geselecteerd voor de categorie 12 tot 14 jaar. In dezelfde groep zijn nog vijf boeken genomineerd.[1] Als je op de website op zo’n boek klikt, kom je op de pagina waar de jonge lezers hun mening mogen geven.

Zo lees ik dat iemand mijn boek interessant vond omdat hij (of zij) zelf uit Rwanda komt en ‘de meeste woorden en dorpen begreep.’ Een ander heeft zich laten inspireren om het Afrika Museum te bezoeken, en een derde vond het boek niet zo leuk ‘omdat ik zelf rijk ben en niet naar anderen kijk.’  

Van opzet van de Kleine Cervantes ben ik ook gecharmeerd[2]. Deze prijs richt zich op de eerste twee lesjaren van de middelbare school in Gent. De leerlingen worden uitgenodigd hun mening te vormen over een shortlist van zes boeken. Om hun leesplezier te bevorderen, maar ook kritisch te leren debatteren over literatuur.

Dit jaar hebben zich 11 scholen aangemeld. Per deelnemende school vormen tien leerlingen een jury. Ze worden door een leerkracht gecoacht. Een school kan meerdere jurygroepen vormen, die op hun beurt andere leerlingen kunnen betrekken.

De jurygroepen geven hun persoonlijke oordeel in een schooldebat. Een delegatie brengt vervolgens het schoolverdict mee naar het slotdebat, waar de delegaties van alle scholen elkaar ontmoeten.

Door de manier waarop De Leesjury en De Kleine Cervantes zijn opgezet, heb ik het gevoel dat ik de prijs al heb gewonnen. De jongeren gaan gelijk met mijn boek aan de slag. Wat wil je als schrijver nog meer?

Maar de echte winnaars worden bekend gemaakt tijdens het slotdebat in Gent op 28 april, en tijdens het slotfeest van De Leesjury op 4 mei. Op beide ben ik uitgenodigd. Wat een feest!

Uitreiking Glazen Globe

Het is 8 oktober, de dag van de Glazen Globe. De prijsuitreiking voor het beste aardrijkskundige jeugdboek van de afgelopen twee jaar. Een feestelijke dag, want ik krijg hem uitgereikt voor De boom met de bittere bladeren.

Er hangt een dichte mist over Nederland wanneer ik in de trein stap. De wattendeken belemmert me het zicht. Toepasselijk, bedenkt de schrijver in mij. Ik heb geen flauw idee hoe het voelt om een prijs in ontvangst te nemen.

In Winterswijk is de lucht weer opgeklaard. Ik wandel naar de middelbare school Schaersvoorde, de plek die het KNAG[1] heeft uitverkoren. Een jurylid van de Glazen Globe geeft hier aardrijkskunde en Nederlands.

Op de school is het druk. Binnen enkele minuten maak ik kennis met twee juryleden van de Glazen Globe[2], het locatiehoofd van Schaersvoorde, de voorzitter van het KNAG, een journalist van Achterhoek Nieuws en de afgevaardigde wethouder van Winterswijk.

Terwijl ik probeer al deze mensen te plaatsen, zet ik de spullen voor mijn presentatie klaar. In de ruimte naast de hal staan tachtig stoelen opgesteld, netjes gescheiden door een middenlijn. Mijn PowerPoint prijkt al op het digibord.

Dan druppelen de kinderen binnen. Ze zitten in klas 1 en 2 van het vmbo, havo en vwo, en hebben afgelopen week via hun docent aardrijkskunde kennis gemaakt met De boom met de bittere bladeren. Ze weten waar het verhaal over gaat, en hebben er stukjes uit voorgelezen.

Nadat ik de Glazen Globe plechtig in ontvangst heb genomen (hij is werkelijk prachtig!) stort ik me op mijn korte activiteit. Aan de hand van mijn foto’s op het digibord neem ik de kinderen mee op een flitsbezoek aan Afrika. Hoe ben ik in Rwanda terecht gekomen? Wat inspireerde mij om dit verhaal te schrijven?

Daarna nodig ik ze uit voor De boom met de bittere bladeren battle. De groepen links en rechts van de middenlijn nemen het tegen elkaar op. Bij het deel over Rwandese cultuur zijn ze nog redelijk rustig, maar bij de Spotify Playlist gaan ze goed los.

Zoveel enthousiasme maakt me blij. Dat de kinderen ook goed hebben geluisterd, blijkt uit hun vragen. Waarom wilde ik over Afrika schrijven? Hoe lang deed ik over dit boek? Waarom wilden ze de Tutsi’s vermoorden? Waarom willen Rwandezen liever niet over de genocide praten? Heb ik het boek al aan mijn Rwandese vrienden gegeven?

Een jongen vindt het zo sneu dat ik na vijf bezoeken aan Rwanda nog nooit de berggorilla’s heb gezien,[3] dat hij ter plekke een oplossing bedenkt. ‘Kunnen je Rwandese vrienden je daar dan niet naartoe brengen?’

De tijd is op, maar de vragen nog niet. Tevreden sluit ik af. ‘Jij kan verhalen vertellen,’ merkt de voorzitter van het KNAG op wanneer de kinderen zijn vertrokken. ‘Je hebt echt iets in ze losgemaakt.’

Nogmaals bekijk ik de globe. In het voetstuk staat een tekst gegraveerd. De boom met de bittere bladeren door Ruth Erica, winnaar Glazen Globe 2021 voor het beste aardrijkskundige jeugdboek. Wat bijzonder, deze prijs bestaat al sinds 1986.

Ineens schiet me te binnen waarom ze destijds voor glas moeten hebben gekozen. In een glazen bol kan je de toekomst zien! Met een vleugje verbeeldingskracht dan wel, maar daaraan hebben de meeste schrijvers gelukkig geen gebrek.


[1] Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. De uitreiker van de Glazen Globe.

[2] De jury bestaat uit vijf leden.

[3] Een permit kost 1500 USD. Een enorm bedrag voor de Rwandezen waar ik op bezoek was, en tevens boven mijn eigen budget.

En de winnaar is…

‘Heb je je email al gelezen?’ De stem van de promotiemedewerker van Lemniscaat klinkt opgewonden. ‘Welke email?’ vraag ik. ‘Die van drie minuten geleden,’ dringt ze aan.  Als ik ontkennend antwoord, kan ze zich niet langer inhouden. ‘Je hebt de Glazen Globe gewonnen!’

Het duurt even voordat het indaalt. De Glazen Globe, dat is de prijs voor het beste aardrijkskundige jeugd- of kinderboek. Verhalen waarin thema’s zoals migratie, culturen, arm en rijk, reizen en natuurverschijnselen aan de orde komen. En nu heeft De boom met de bittere bladeren hem dus gewonnen…

Als ik wil gaan juichen, volgt er rap een instructie. ‘Nog aan niemand vertellen, hoor! Je krijgt de prijs tijdens de Kinderboekenweek.’ Ik beloof mijn medewerking aan dit promotiecomplot en hang beduusd op. Nu ben ik een prijswinnaar in het diepste geheim.

Snel open ik mijn mail. De Glazen Globe wordt eens per twee jaar uitgereikt door het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG), lees ik op hun website.[1] De jury bestaat uit vertegenwoordigers vanuit het onderwijs en boekenexperts. Hun toetsingscriteria zijn:

  • toegankelijkheid van de geografische informatie voor bepaalde leeftijdsgroepen
  • ordening van informatie en waarheidsgehalte
  • hoeveelheid geografische informatie
  • verheldering door middel van kaartmateriaal en illustraties
  • presentatie van het thema als samenhangend geheel
  • gebruik van begrijpelijk taalgebruik en verklaring van vreemde woorden
  • manier waarop het boek bijdraagt aan het tot stand komen van een eigen mening
  • aantrekkelijkheid van het boek

Dat is niet mis. Toch kan ik me nog geen helder beeld vormen van de Glazen Globe. De lijst met recente winnaars biedt uitkomst. Ik herken De duik van Sjoerd Kuyper (2015) over de Pontjesbrug op Curaçao die je naar het verleden brengt, NEDERLAND van Charlotte Dematons (2013) een uitbundig prentenboek over onze provincies en De Gelukvinder van Edward van der Vendel (2009) over de Afghaanse vluchteling Hamayun. De afgelopen winnaar was Palmen op de Noordpool van Marc ter Horst (2019), een feitelijk maar ook met humor geschreven boek over klimaatverandering.

Ik prijs me gelukkig dat De boom met de bittere bladeren aan deze bijzondere rij wordt toegevoegd. Vanmiddag is de uitreiking op een middelbare school in Winterswijk[2]. Een eindje reizen vanuit de Randstad, maar dat past eigenlijk wel bij een aardrijkskundige prijs.


[1] https://geografie.nl/glazenglobe

[2] Over deze prijsuitreiking meer in de volgende blog.

Afro-bieb

Dat onze collectie boeken over Afrika beperkt is, was me ook al opgevallen. Sterker nog: het was een belangrijke drijfveer om De boom met de bittere bladeren te schrijven. Toen ik van de Afro-bieb hoorde, was ik dan ook blij verrast. Enthousiast gaf ik gehoor aan de oproep om een boek te doneren.

Initiatiefnemer van de Afro-bieb is Kibret Mekonnen. De Nederlands-Ethiopische filmmaker zocht de samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Dat resulteerde in een feestelijke opening op 10 september 2020 in OBA Oostendok. Deze maand opende de Afro-bieb haar tweede locatie in OBA Bijlmer.

OBA Oostendok ligt op mijn route. In het hoge flatgebouw aan het IJ ben ik al eerder geweest. Nieuwsgierig neem ik de lift naar de vijfde etage. Het is even zoeken, maar dan zie ik de Afro-bieb tegen de rechterwand. Kasten met boeken, grote banners en een plakkaat op het raam.

De boekencollectie richt zich op vijf categorieën, vertelt Kibret Mekonnen wanneer hij zich even later bij me voegt. Cultuur, geschiedenis, literatuur, fotoboeken en kinderboeken. Ze zijn geschreven in de taal van een van de Afrikaanse landen, Nederlands en Engels.

Maar deze collectie is niet de enige pijler waar de Afro-bieb op rust. Op de banner wijst Kibret naar de drie andere pijlers. Culturele publieksprogramma’s zoals lezingen en debatten, lessen in veel gesproken Afrikaanse talen (Oromo, Amhaars, Swahili, Yoruba en Zulu) en vertalingen in het Nederlands.

Een ambitieus programma, maar het braakliggende terrein is dan ook groot. Volgens Kibret is dit ‘de eerste Afrikaanse bibliotheek buiten het continent.’ Belangrijk, vindt hij, want als je Afrika wilt leren kennen, moet je eerst een boek over Afrika hebben gelezen.

Afrika kent niet zo’n schrijfcultuur. Ten minste, dat was de indruk die ik kreeg tijdens mijn bezoeken aan west, centraal en oost Afrika. Maar het vierde doel van de Afro-bieb zet me aan het denken: het vertalen van minstens één Afrikaans literair werk per jaar in het Nederlands.

Misschien zijn er wel Afrikaanse literaire werken, maar zijn ze voor ons niet toegankelijk. Afrika is per slot het continent met de grootste diversiteit aan talen. En als er een inheems schrift is gebruikt, is er ook nog de kloof met het Romeinse schrift dat wij hanteren.

Afrikaanse schrijfsystemen genoeg, ontdek ik surfend op internet.[1] Het Ge’ez schrift uit de Hoorn van Afrika bijvoorbeeld, stamt al uit de 8e en 9e eeuw voor Christus. Dat is nog voor het ontstaan van het Romeinse schrift.[2]

Tegenwoordig wordt het Ge’ez vooral in Ethiopië en Eritrea gebruikt.  Misschien verklaart dat wel waarom juist iemand met Ethiopische roots met het idee van een Afro-bieb is gekomen.


[1] https://stringfixer.com/nl/Writing_systems_of_Africa

[2] http://hc-vormgeving.nl/kunstgeschiedenis/roman_schrift.php

De kracht van de verbeelding

Afgelopen zaterdag was ik bij de uitreiking van de Thea Beckmanprijs. De prijs voor het best geschreven verhaal met een historische insteek. Dit jaar stond De boom met de bittere bladeren op de longlist.[1] Jammer genoeg niet op de shortlist, maar de ontknoping had me evengoed in zijn greep.

Die ochtend wandel ik iets voor tienen door het stille Archeon. Bordjes wijzen me de weg naar de Romeinse herberg. Het is een doorsteekroute. Normaal moet je de hele prehistorie door voordat je bij de Romeinen uitkomt.

Voor de herberg zitten al wat mensen aan tafeltjes. Ik schuif aan bij een lid van de jonge jury. Wie de jonge Beckmanprijs[2] heeft gewonnen weet hij al drie weken. ‘Hij laat niets los,’ verzucht zijn moeder. De jongen vindt het geheim bewaren zelfs helemaal niet moeilijk.

In de herberg krijgen we een introductie op de shortlist. De boeken gaan over een Jappenkamp op Java (1945), een Joods gezin in de Tweede Wereldoorlog, een vergeten watersnoodramp in Zeeland (1911), een meisje in het leger van Napoleon (rond 1810) en een vlucht door het Nederland van 4000 jaar geleden.

Historische zeggingskracht is belangrijk, leer ik, maar verbeeldingskracht mág. Sterker nog, het is essentieel. Een voorbeeld. Een jongetje denkt dat de schaduw van een paraplu tegen de regen beschermt. Die verbeelding moet je koesteren.

Zelf ben ik nogal onder de indruk van de jonge jury. Na een supergeheime vergadering hebben ze voor elk boek een juryrapport opgesteld. Om de beurt mag een kind zo’n rapport voorlezen. Die zijn rijk, genuanceerd, onderhoudend en scherpzinnig. Wat kunnen deze tieners zich goed uitdrukken!

Wie wint, zal ik je zo vertellen (ook ik kan een geheim bewaren). Eerst iets over mijn wandeling door Archeon. Na de prijsuitreiking neem ik wél de lange route door de prehistorie. Ik bezoek de jagers-verzamelaars, eerste boeren, bronstijd en ijzertijd.

Ineens vraag ik me af waarmee de pre-historie (voor-geschiedenis) in Nederland eindigde. Met andere woorden: wanneer begint onze ‘echte’ geschiedenis? De medewerkers van Archeon hebben het paraat: met de komst van het schrift.

Wat een macht geven wij het geschreven woord! Alsof de geschiedenis pas bestaat als hij wordt opgeschreven. Voor schrijvers van historische romans wel een belangrijk hulpmiddel, bedenk ik. Vier schrijvers op de shortlist konden gebruik maken van geschreven bronnen.

Alleen Offerkind van Rob Ruggenberg kon dat niet. Dit verhaal speelt 4000 jaar geleden.[3] Een reconstructie van die tijd kan alleen plaatsvinden aan de hand van objecten en botten. Een extra uitdaging, lijkt me. Of een extra beroep op de verbeeldingskracht.

En daarmee zijn we bij de winnaar van de Thea Beckmanprijs gekomen. Want in zijn rapport van de volwassen jury staat: een met vaart en duidelijk veel plezier geschreven schelmenroman over de avonturen van een jonge vrouw in het leger van Napoleon. Is dat historisch geloofwaardig? Dat kan de jury niet met zekerheid zeggen, wél dat Stans ons helemaal inpakte.

Dat gold ook voor de jonge jury, want IJzerkop wint beide prijzen[4]. Een kroon op de verbeeldingskracht van Jean-Claude van Rijckeghem, die blij is dat hij zoveel lezers met zijn verhaal heeft weten te bekoren.


[1] Dit jaar kwamen boeken voor 12 jaar en ouder in aanmerking.

[2] Er zijn twee prijzen: een van de jonge jury en een van de volwassen jury.

[3] Eigenlijk is het dus een prehistorische roman.

[4] Daarnaast krijgt Offerkind een eervolle vermelding van de Jonge Jury.

Tweede druk

Elf maanden na haar verschijning is ze er: de tweede druk van De boom met de bittere bladeren. Er zijn zoveel exemplaren van de eerste druk verkocht, dat Lemniscaat groen licht heeft gegeven voor een tweede editie.

Maridadi’s verhaal gaat dus door, niet alleen in Nederland maar ook in België. Zo kunnen Vlaamse jongeren vanaf september het boek bij De Leesjury bespreken en beoordelen. De boom met de bittere bladeren is daar geselecteerd voor de leeftijdsgroep 12-14 jaar.[1]

Het boek is vers van de pers, de drukinkt is nog maar net droog. Het ruikt zelfs nieuw, merk ik als ik erdoorheen blader. Met enige trots kijk ik naar het schutblad: tweede druk, 2021. En ook deze editie is opgedragen aan Aimée, op de vriendschap die ons overstijgt.


[1] https://www.deleesjury.be/lezen?groep=5

De cirkel is rond

Stel je voor: je zit in 3 vwo. Je doet eindexamen, gaat studeren, vindt een baan, reist naar verre landen, laat je inspireren, schrijft een roman voor Young Adult. En met dat boek ga je terug naar je oude middelbare school…

Met dit verhaal opende ik mijn presentatie voor 3 vwo op het Isendoorn College in Warnsveld. Want dat is precies wat er met mij is gebeurd. Ongeveer dertig jaar geleden zat ik op deze school in deze klas. En ik had geen idee wat ik wilde worden.

‘Als er iemand een dromer was, dan was jij het wel,’ zei mijn oude docent geschiedenis die nog steeds bevlogen op het Isendoorn lesgeeft. Hij was degene die hier De boom met de bittere bladeren introduceerde, waarna de bal is gaan rollen.

Twee klassensets heeft de school aangeschaft. De zestig exemplaren bevinden zich in een modern ingerichte mediatheek. ‘O, ben jij die van het boek!’ roept de medewerkster als ik daar een kijkje ga nemen. De boeken zijn keurig geplastificeerd en hebben een barcode.

De 3 vwo-leerlingen hebben De boom met de bittere bladeren al voor het vak Nederlands gelezen. Bovendien hebben ze een opdracht uit de lessuggesties van Lemniscaat gemaakt.[1] Goed voorbereid, zou je zeggen, maar de kloof tussen Nederland en Afrika blijft groot.

‘De meeste mensen in Afrika hebben geen wasmachines’ hoor ik mezelf zeggen, ‘en ook geen afwasmachines.’ Ik wijs op het digibord naar de foto van een stenen rand. Op die plek achter het huis zitten mensen vaak tijdens de (af)was.

De klas luistert aandachtig. Ik vertel over koningskoeien die zoveel waard zijn als een auto. Over waarom ik in Rwanda nooit de berggorilla’s heb bezocht en pas tijdens mijn laatste bezoek de genocide herdenkingsplaatsen. De beelden en verhalen zijn niet willekeurig. Ze vormden de inspiratiebron voor mijn roman.

Mijn Spotify wedstrijd blijkt een lekker toetje. De leerlingen zien vlot hoe de nummers verwijzen naar het verhaal, en ze raden ze (na één keer luisteren) bijna allemaal goed. Drie-twee,’ zegt de docent Nederlands die de stand tussen de groepen heeft bijgehouden. Ik grijns tevreden. ‘Een applausje voor jullie zelf.’

Mijn eerste presentatie voor Nederlands zit erop. Hopelijk volgen er na de zomer meer scholen. Misschien gaat het Isendoorn College het boek dan ook inzetten bij aardrijkskunde, geschiedenis en wereldburgerschap. Maar eerst is het vakantie. Voor de leerlingen én voor mij.

Na een lange reis ben ik teruggekomen waar ik begon. De cirkel is rond.


[1] https://www.lemniscaat.nl/files/ls9789047711995.pdf

Summer of Love

‘Gisenyi is weer in lockdown,’ vertelde Aimée pas aan de telefoon. De Congolezen die na de uitbarsting van de Nyiragongo de Rwandese grens over waren gevlucht, hebben het coronavirus meegenomen. Vandaag gaat zelfs heel Rwanda op slot. De corona rukt op.

Rwanda handhaaft strenge coronamaatregelen en de besmettingscijfers waren tot nu toe laag. Het tegenovergestelde is het geval met hun reusachtige buurland Congo. Mede door corona wordt de Democratische Republiek Congo door Nederland gezien als een hoog risicogebied.[1] Het reisadvies voor Goma is momenteel: niet reizen.

Misschien heerst in Goma nog steeds Artikel 15. Dat artikel wordt genoemd in De boom met de bittere bladeren. Wanneer Maridadi een uitstapje maakt naar Goma, vertelt ze over dit grapje van oud-president Mobutu. ‘In Artikel 15 van de grondwet staat: red jezelf,’ en ze verduidelijkt: ‘het betekent dat de overheid niks voor je doet.’ (p. 34)

Rwanda kent geen Artikel 15. Bij overtreding van de mondkapjesplicht mag je in Gisenyi een halve dag je zonde overdenken in het voetbalstadion. Maar een land kan intern alles nog zo strak onder controle hebben, er hoeft maar één vulkaan in het buurland uit te barsten en daar ga je.

Dat geldt ook voor westerse landen. Wij hebben wél de middelen om de meerderheid van onze bevolking te vaccineren, waardoor onze besmettingscijfers flink teruglopen.[2] Veel niet-westerse landen hebben die luxe niet.

Daarom is giro 555 een hulpactie gestart. ‘Miljoenen mensen in armere landen hebben geen zicht op vaccinaties tegen corona. Medische noodhulp en sneller wereldwijd vaccineren is van levensbelang. Geef nu![3]‘ lees ik op hun website.

Helaas valt de opbrengst tegen. Misschien vinden we het een ver-van-mijn-bedshow, hebben we genoeg zorgen als gevolg van de corona hier, of willen we genieten van een welverdiende Summer of Love.

Of misschien overzien we de gevolgen niet als het coronavirus elders voortwoekert. Wie dat wel doet, is president Biden. Zolang niet de hele wereld is gevaccineerd, blijft de corona in de Verenigde Staten terugkomen, zo redeneert hij. De komende twee jaar zal hij daarom 500 miljoen doses van het Pfizer-vaccin verstrekken aan ongeveer honderd landen.[4]

Als we echt een Summer of Love krijgen, laten we die dan delen, al is het maar voor onszelf. We zijn nog nooit zo sterk met elkaar verbonden geweest.


[1] https://www.nederlandwereldwijd.nl/landen/congo-democratische-republiek/reizen/reisadvies

[2] Als er geen nieuwe varianten opduiken.

[3] https://giro555.nl/actions/corona/

[4] https://www.bbc.com/news/world-us-canada-57416519

Wat zit er in een wereldburger?

Een inkijkje in een andere cultuur, dat wilde ik met De boom met de bittere bladeren geven. Niet voor niets had ik gekozen voor een Rwandese hoofdpersoon. In mijn zoektocht naar de verbinding daarvan met scholen, stuitte ik op ‘wereldburgerschap.’ Een prachtig woord, maar wat zit er eigenlijk in een wereldburger?

Om wereldburgerschap te kunnen plaatsen, moet je eerst iets weten over burgerschap. Sinds 2006 is burgerschap een wettelijke taak in het onderwijs. Het doel daarvan is het ontwikkelen van leerlingen tot democratische burgers. Alleen over de ingrediënten van een democratische burger verschillen de meningen.

Een felle discussie heeft geleid tot verandering: de invulling van burgerschap is aangepast. Na de zomervakantie gaat deze van kracht. De nieuwe democratische burger heeft in totaal elf ingrediënten zoals vrijheid & gelijkheid, digitaal samenleven en duurzaamheid.

Een rijk gevulde burger, dat zeker. Maar kan je er nog wel een hap uit nemen? Het risico dat je je kaak ontwricht of je verslikt, is niet denkbeeldig. En als deze burger al zoveel laagjes heeft, hoe zit het dan met de wereldburger? Want wereldburgerschap gaat nog een stap verder.

‘Met wereldburgerschap help je kinderen om te beseffen dat ze verbonden zijn met de rest van de wereld en dat ze er een actieve rol in kunnen spelen,’ schrijft Nuffic[1]. Als Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs, is zij hierin een belangrijke speler.

Ook Fawaka ondernemersschool richt zich op wereldburgerschap. Zij benadrukt de expliciete aandacht voor inclusie, uitsluiting en wereldperspectieven. Belangrijk als aanvulling, vindt ze, want het onderwijs kent op dit moment een sterke focus op Westerse perspectieven en referentiekaders.

Bij Fawaka heeft een wereldburger tien ingrediënten[2] zoals diversiteit & inclusie, ongelijkheid & solidariteit en mensenrechten. Ook niet gering. Hoe kunnen jongeren deze allemaal zonder kaak- of slikproblemen innemen?

Het antwoord is eenvoudig: lees een boek dat je een inkijkje geeft in een andere cultuur. De boom met de bittere bladeren bijvoorbeeld, raakt aan maar liefst acht van de tien ingrediënten uit de Fawaka wereldburger[3]. Een verrassend hoge score.

Hoewel, verrassend… Verhalen hebben de kracht om meerdere lagen tegelijk aan te boren. Zo wordt een wereldburger ineens heel goed verteerbaar.


[1] https://www.nuffic.nl/onderwerpen/wereldburgerschap/wereldburgerschap-op-school

[2] https://www.fawakaondernemersschool.nl/nieuws/van-burgerschap-naar-wereldburgerschap-in-het-onderwijs/

[3] En acht van de elf ingrediënten uit de democratische burger.

Vulkaanuitbarsting

‘We zijn bang dat de Nyiragongo gaat uitbarsten’ appt Aimée zaterdagavond. En niet veel later. ‘Hij is uitgebarsten! Wij zullen niet slapen. Op dit moment vloeit de lava alleen in Congo, maar we weten niet of dit zo blijft.’

De Nyiragongo is een van de gevaarlijkste en meest actieve vulkanen ter wereld. Hij ligt vlakbij de grote, dichtbevolkte stad Goma. Aan de andere kant van de grens in Rwanda ligt het stadje Gisenyi. En daar is Aimée.

De laatste keer dat deze vulkaan uitbarstte, was in 2002. Terwijl Aimée een doorwaakte nacht heeft, bedenk ik dat dit terugkomt in De boom met de bittere bladeren. Ik pak het boek erbij en lees over Maridadi’s bezoek aan Goma:

Terwijl we de onverharde weg opreden begon de landrover te schudden. Lavastenen. Ze lagen overal, op de weg, in de berm, tussen de huizen.

‘Wat zijn dat voor stenen?’ vroeg Puck.

Ik wilde haar antwoorden, maar Jacques was me voor. ‘Dat, mijn beste Paulien is de lava van onze vulkaan de Nyiragongo. Hij is 3470 meter hoog en ligt volledig in het nationaal park Virunga. Zes jaar geleden is hij voor het laatst uitgebarsten. Kun je je voorstellen hoe ongelofelijk spectaculair dat was?’

Spectaculair? Ik zag voor me hoe de gloeiende lavastromen Goma hadden overspoeld. De gigantische rookwolken, de zinderende hitte, de stroom vluchtelingen die in paniek onze kant op kwam. Zo heet als de hel moest het daar zijn geweest.[1]

Maridadi had gelijk: dit was bepaald geen vuurwerkshow. Destijds verloren 250 Congolezen hun leven en 120.000 hun huis. Ook nu slaan veel Congolezen in paniek op de vlucht. De meeste lopen in de richting van de Rwandese grens.

Op zondagmorgen appt Aimée dat er Congolese vluchtelingen in Gisenyi zijn aangekomen. Ze zijn opgevangen in het voetbalstadion, schrijft ze. In een persbericht[2] lees ik dat het om ongeveer 3500 mensen gaat.

En Aimée meldt nog iets anders: aardbevingen. Wanneer ik zondagmiddag met haar videobel, kan ik het live zien gebeuren. ‘Daar heb je er weer één!’ roept ze angstig. Een huis verderop is ingestort en er is brand ontstaan.

Binnen slapen durft Aimée niet meer. ‘Wij hebben onze matrassen buiten gelegd,’ appt ze die avond. Een vuile lucht waait hun kant uit. Het ruikt naar de verbrande botten van koeien en geiten.

Gelukkig heeft de gloeiende lava Gisenyi niet bereikt. En ook het dichtbevolkte Goma is gespaard gebleven. Wel zijn een aantal dorpen en buitenwijken van Goma getroffen.

De lavastromen zijn gestopt, maar de aardbevingen nog niet. Het is inderdaad gevaarlijk leven op de rand van deze vulkaan.


[1] Pagina 37.

[2] https://www.reuters.com/business/environment/volcano-eastern-congo-erupts-lava-expected-goma-says-volcanologist-2021-05-22/

Vrijheid is een werkwoord

Bevrijdingsdag: de vlag mag uit!  Vandaag zijn we 76 jaar vrij. Maar wat betekent vrijheid eigenlijk? Dat vult iedereen op zijn eigen manier in, leer ik van Daan Rovers, Denker des Vaderlands.

Vrijheid is: ‘jezelf kunnen zijn,’ ‘je eigen keuzes kunnen maken,’ en ‘vrij om te doen en te zeggen wat je wilt’. En voor de bijna-pubers van Rovers betekent het: ‘met rust gelaten worden.[1]

Maar hoe we het ook inkleuren, twee dingen gelden volgens Rovers voor ons allemaal in Nederland. Vrijheid is niet onbegrensd (het mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van anderen), en aan vrijheid moet je blijven werken.

Waarom juist deze twee voorwaarden belangrijk zijn, merk je pas als ze in het gedrang komen. Een goed voorbeeld daarvan vindt je in de roman De boom met de bittere bladeren van uitgeverij Lemniscaat. Dit verhaal speelt in Rwanda veertien jaar na de genocide (1994).

De roman beschrijft de aanloop naar deze genocide. De krant en radio zaaiden haat tegen de Tutsi’s. Op pagina 106 staat: “In het café luisterden we naar de Radio van de Duizend Heuvels. Ze zonden steeds hetzelfde deuntje uit. Kom vrienden, doe mee met het feest: de kakkerlakken worden uitgeroeid.

Wat mij hierin het meeste raakt, is dat woord ‘kakkerlak.’ Door iemand zo te noemen, zie je hem niet meer als mens. Hij verandert hij in een doelwit dat vertrapt en vernietigt moet worden.

In dit voorbeeld worden beide basisvoorwaarden van Rovers geschonden. Want de vrijheid van de Hutu’s gaat ten koste van de vrijheid van de Tutsi’s, en er wordt geen actie ondernomen om dit recht te zetten.[2]

De kracht van haatmedia mag je niet onderschatten. In het uiterste geval draagt het bij aan een genocide. In Rwanda zijn in 1994 binnen honderd dagen ongeveer één miljoen mensen vermoord. Tutsi’s, maar ook veel gematigde Hutu’s die het niet eens waren met wat er gebeurde.

Maar haatmedia vind je niet alleen in het Rwanda van de vorige eeuw. Ook bij ons worden op social media tegenwoordig veel haatberichten gepost. Vaak op de persoon gericht, maar soms ook op een specifieke groep. Romans als De boom met de bittere bladeren houden ons een spiegel voor. Pas op: dit kan afschuwelijke gevolgen hebben!

Vrijheid is daarom vooral een werkwoord. De vrijheid die we vandaag vieren, moeten we elke dag opnieuw beschermen.

Wil je meewerken aan de vrijheid? Kies dan een vraag of stelling op https://rutherica.com/voor-scholen/ en ga aan de slag!

[1] https://www.4en5mei.nl/archieven/inspiratie/2065

[2] Dus aan het behoud van vrijheid wordt niet meer gewerkt.

Hoe vrij zijn we in 2021?

Als je Nederlanders vraagt wat ze hun belangrijkste waarde vinden, noemen ze het woord ‘vrijheid’ het vaakst. Aldus Daan Rovers, Denker des Vaderlands[1]. Dit jaar onderzoekt ze voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei het fundament van onze vrijheid[2].

speltje 4 en 5 mei

Het thema dit jaar is: Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021? Vragen die in eerste instantie alleen over Nederland lijken te gaan. Maar Nederland is geen eiland, blijkt ook uit de coronacrisis. De vrijheid die wij hier ervaren, staat niet los van de (on)vrijheid buiten onze grenzen.

Neem Rwanda veertien jaar na de genocide. De setting van De boom met de bittere bladeren. Wat betekent vrijheid in dit verhaal? Over de oorlog wordt soms gefluisterd als De Gebeurtenissen, maar vaker nog wordt erover gezwegen. ‘Vráág daar niet naar,’ zegt het personage Rosa (p. 53), ‘je moet het verleden laten rusten.’

Er zijn taboes, dingen die je niet hardop mag zeggen. En de groepen die elkaar naar het leven stonden, zijn na de genocide afgeschaft. Als je die namen hardop uitspreekt, riskeer je een gevangenisstraf. De hoofdpersoon Maridadi stuit regelmatig op dit soort gevoeligheden. Zeker als ze wil weten wat er tijdens de genocide met haar moeder is gebeurd.

Memorial Nyanza kicukiro

‘Bij alle genocides hoort verhullend taalgebruik,’ schrijft historicus Raymund Schütz in zijn recensie over De boom met de bittere bladeren[3]. ‘De deportaties van Joden naar de vernietigingskampen geschiedde onder het mom van ‘tewerkstelling’. De Rwandese genocide wordt in de volksmond verhullend betiteld als De Gebeurtenissen.’  

Schütz was de eerste die in deze roman de parallel zag met vergelijkbare traumatische gebeurtenissen in andere tijden en op andere plaatsen, maar zeker niet de laatste. Meerdere lezers die de in Nederland zijn opgegroeid na de Tweede Wereldoorlog, herkenden elementen uit het verhaal van Maridadi. Zwijgen en verhullen gebeurden destijds ook hier.

Wat dat betreft houdt De boom met de bittere bladeren ons een spiegel voor. Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021? Het verhaal bevat haakjes om hierover in gesprek te gaan. Met deze haakjes heb ik een serie vragen en stellingen gemaakt.

Kies jij er een op http://www.rutherica.com/voor-scholen en doe je mee?

[1] Naar aanleiding van een recente studie van het Sociaal Cultureel Planbureau, 2020.

[2] https://www.4en5mei.nl/archieven/inspiratie/2065

[3] https://historiek.net/de-boom-met-de-bittere-bladeren-ruth-erica/136960/